Posts tonen met het label asielzoeker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label asielzoeker. Alle posts tonen

dinsdag 5 juli 2016

Bloeien de rozenbottels in Syrië?











Als eindelijk de zomer losbarst, moet je er als de kippen bij zijn. De kust, the place to be voor zonnestralen vangen. Daar, op de scheiding van land en zee, verwaaien niet alleen de wolken veel sneller. Ook de muizenissen in je hoofd lijken makkelijker te vervliegen op het ritme van de golven.

Na het beklimmen van het nog vrij nieuwe uitkijkduin in Petten (een aanrader!) ligt de wereld even aan mijn voeten. Daar sta ik oog in oog met een schril roepende meeuw, magnifiek balancerend op thermiek. 
Even later beneden op het strand, met blote voeten in het halfnatte zand, staat een jongetje te hengelen naar de zon. Mijn vrolijke ‘hij doet het goed hè, je vlieger!’ heeft hij vast begrepen. Ook al blijkt hij Duits. Alle Menschen werden Brüder.


Het ietwietwaaiweg-effect van de dagelijkse dingen is extra groot door herinneringen aan lang geleden. Toen mijn oma een vakantiehuisje had op Texel, met een dikke, kleurrijke haag van rozenbottels om de tuin en madeliefjes in het gazon voor een kransje. Waar je zorgeloos op het gras kon liggen omdat thuis even heel ver weg was. Zonder greintje heimwee. Het zilte en bitterzoete einde van de wereld.

Rozenbottels. Die staan zelfs aan weerszijden van het pad langs het grote witte gebouw dat oogt als badhotel met vergane grandeur of vroegere vakantiekolonie voor de bleekneusjes die allang niet meer bestaan. Tussen die bloeiende hagen ontmoet ik een man in slentertred. Juist zijn lege ogen nodigen uit tot een gesprek. Arab, is de taal die hij beheerst. Veel verder dan bedankt en hallo kom ik daarmee niet. Oja, en dag. Maar daarvoor is het nog te vroeg. Want zonder elkaar te verstaan kun je toch heel wat informatie uitwisselen. Hij is hier een maand, samen met 300 anderen, die hij nog niet zo goed kent. Bijna iedereen komt ergens anders vandaan. Hijzelf uit Leiden, waar hij (hoe lang, dat wordt niet duidelijk) een tijdje wachtte op deze plek. Binnenkort hoopt hij een écht huis te krijgen. In Nieuwkoop. Of het daar mooi is, informeert hij zonder woorden met een vraagtekengezicht.
Als ik weet dat zijn Ramadan bijna voorbij is, lijkt zijn blik zich even te ontspannen en verschijnen er minuscule rimpeltjes – van een lang vergeten lach? – aan de zijkant van zijn ogen. Met een high five zeggen we elkaar gedag. “Salam”.

Dan vervolgen we ieder ons pad. De een op weg naar auto en huis. De ander terug naar dat grote gebouw, alleen, omdat zijn vrouw en kinderen nog in Syrië zijn. Worden zijn herinneringen ook wakker door de zoete geuren van de rozenbottels? Maar of dat zonder heimwee kan?


Het maakt een mooi plaatje, het witte bouwwerk zo tegen de blauwe lucht. Het had zo een ansichtkaart kunnen zijn: groeten uit Petten. Alleen dan zonder die lijn van prikkeldraad. 


Bloeien de rozenbottels in Syrië?
Bloeiende rozenbottels in Syrië
Bloedrode rozenbottels in Syrië
Blood bottles in Syria

donderdag 22 januari 2015

Vrij&blij


Habbibabbi’s. Op het eerste gehoor bekt het lekker genoeg voor een fijn buikgevoel, maar nee, het blijkt geen variant op boterbabbelaars of krakelingen van de warme bakker. Habbibabbi’s is een woordvondst van een van de deelnemers aan het nieuwe EO-programma ‘Rot op naar je eigen land.’
Wie precies tot de habbibabbi’s behoren? “Gewoon, alles wat niet Nederlands is. Eh, alles met een kleurtje,” formuleerde de bedenkster haar ferme omkadering.
Moeten we blij zijn dat zonnebankbruin uit is?

In ‘Rot op naar je eigen land’ maken de zes deelnemers de tegengestelde reis van een vluchteling. Dus vanuit Nederland naar ergens in het middenoosten. Onder het mom: ervaring maakt de beste barmhartige Samaritaan?
Ben ik nog wel benieuwd naar het effect? Want na een bezoek aan een asielzoekerscentrum en een nachtje in een gevangeniscel blijkt het logischerwijze voor iederéén fijn om gast aan tafel te zijn bij medelanders uit Afghanistan, Syrië of was het nou Irak? Oja, dat laatste. Want nadat vader op een feestje met een grote plaksnor een imitatie van Saddam Hussein had gegeven, werd hij diezelfde nacht nog opgepakt en moest zijn gezin vluchten. Nee, dat was geen ludieke tv-show, maar real life drama. Na vier dagen en drie nachten in een vrachtauto (in de laadruimte wel te verstaan) kwamen ze in Nederland terecht. Aflevering één eindigde met – dat voelde je op je Hollandse klompen al aankomen – het embarkement van de zes Rotop-ers in de stikdonkere buik van een scheepscontainer op wielen. Bestemming onbekend.

Ik aanschouw het allemaal, lekker beetje onderuit gezakt op de bank, mok koffie en plak krentenbrood met roomboter. Een habbikratsje, want de donkere dagen ná de feestmaand zijn een periode van buik inhouden. De mijne is trouwens verdacht rustig de laatste tijd. Geen geborrel, geen opgepropt gevoel; de symptomen waarmee inspiratie vaak gepaard gaat. IJzingwekkende stilte. Weinig te melden dat de moeite van het lezen, laat staan schrijven, waard is.

Tot dat ene, korte telefoontje met grote impact. Twee goeie vrienden uit Iran, de een al jarenlang in Nederland (en bijna accentloos sprekend in onze taal) mogen blijven!
Van nabij heb ik hun reis door de tijd aanschouwd. Vooral hun angst over de onbekende bestemming, want de weg terug was definitief afgesloten.
Met een dienblaadje in de rij voor de gaarkeuken. Persoonspasje in je hand voor iedere manoeuvre die je maakt. Dat zijn er overigens weinig, want als asielzoeker heb je maar één activiteit die je eindeloos herhaalt: wachten-wachten-wachten. Uitgestelde gesprekken, verlengde procedures. Iedere keer op een andere locatie, en nooit enig idee hoe lang je hier nu weer zal blijven. Je draai proberen te vinden in een meltpot van diverse culturen en vreemde luchtjes. En een Oezbeekse mevrouw die met een aan obsessie grenzende reinheidscultus het gedeelde aanrecht tien keer per dag schoon schrobt.

En dan… een paar dagen na Blue Monday is het onzekere bestaan teneinde. Van asielzoeker naar de eerlijke vinder van een nieuwe bestemming. Vrijheid – blijheid, of andersom? Wat maakt het uit? Ineens staat voor twee mensen de hele wereld even op z’n kop. Die boodschap moet er even uit.
Wie weet kantelen er nog meer perspectieven binnenkort? Vooral kijken mensen, tien over negen, NPO 2.


woensdag 16 april 2014

De dingen van de dag


Bijblijven is belangrijk. Daarom luister ik regelmatig naar de radio en bekijk ik iedere dag het journaal. Veel te vroeg werd ik vandaag wakker. Woelen hielp niet, dus drukte ik boven mijn hoofd op het knopje van de wekkerradio. Zo viel ik weliswaar niet meer in slaap, maar wel middenin een praatprogramma over export. De Nederlandse stroopwafel is een hype in veel buitenlanden. Van Zuid-Amerika tot Australië staat-ie met stip op één. Weet ik dat meteen.



Lang niet alle wetenswaardigheden hebben zo’n zoete nasmaak. Een paar dagen terug was er een zesjarig jongetje in het nieuws. Met een bakje koffie op de bank, chocolaatje erbij keek ik naar het mannetje in zijn slaapkamer. Behang met autootjes, speelgoed op de grond, schoolschriftjes op zijn tafeltje. Boom roos vis, maar dan ánders, want dat doen ze tegenwoordig niet meer zo.
Binnenkort moet hij weg, en dat is de reden dat hij ‘nieuws’ was.
Verhuizen naar een andere plaats? Naar een andere school? Nee, weg uit Nederland. Omdat zijn moeder zich niet regelmatig heeft gemeld voor de nodige administratieve rompslomp. Simpelweg omdat ze niet wist dat dit moest, omdat niemand haar daar ooit op attent heeft gemaakt. Tot nu. Het jongetje moet naar China. Omdat zijn ouders daar geboren zijn.
Wat hij daarvan vindt?
“Stom!”
Onvervalst Nederlands, ik had het niet beter kunnen zeggen.
Net als ik, heeft hij China nog nooit gezien.

Chinese tekens, die staan op het shirt van Kenneth. Geen idéé wat er staat, bekent hij op mijn vraag. Maar het shirt was zeer welkom, gekregen van een vriend die een paar dagen terug is vertrokken. Naar de vrijheid, want Kenneth zit in het huis van bewaring. Voor hoe lang, weet hij nog niet. Een paar weken terug is hij opgepakt, voor de zoveelste keer. Zijn enige kleren de broek en het overhemd die hij aan had. Als jongetje kwam hij met zijn ouders van de Antillen naar Nederland. Helaas bleek de toekomst minder rooskleurig dan waarschijnlijk ooit gehoopt.
Kenneth heeft al veertien jaar geen uitkering meer, omdat hij geen adres heeft. Dan besta je niet. En wie niet bestaat, krijgt geen werk. Dus geen geld. Ergens een kamer huren? Dat lukt niet zonder inkomen. Om die vicieuze cirkel te kunnen doorbreken, vraagt om ijzersterke handen. Maar hoe vind je kracht als je niet eens iets te eten hebt? Achter tralies is Kenneth weer eventjes niet dakloos.

Pas hadden wij twee gasten aan tafel. Farah en Amir, moeder en zoon. Zij is een paar weken in Nederland op bezoek en vliegt binnenkort terug naar Teheran. Voor Amir – bijna acht jaar in Nederland, twee studies afgerond, een vaste baan en vloeiend Nederlands sprekend – is er ‘geen zwaarwegende reden’ om nog langer hier te kunnen blijven, aldus de instanties die daarover mogen beslissen. Nogal een lichtgewichtbesluit over zoiets wezenlijks als een mensenleven, want waar moet je heen als het niet veilig is om terug te keren naar af en je ook in je tweede vaderland niet langer welkom bent? Is het gek, dat ik steeds moet denken aan die poster die ik ooit, wat afgebladderd, zag hangen in een stadscentrum. ‘No one is illegal’.

De taal leren blijft die hoopvolle stap om een nieuwe toekomst op te bouwen. Toch?
“Ik kijk nooit meer’, zei Letya, toen ik haar tijdens mijn taalles aan buitenlandse vrouwen aanraadde naar de Nederlandse televisie te kijken. “Al doe je maar het nieuws”.
Zij: “Ik zie elke dag mijn land, en iedere dag is er weer iets kapot”.
Tsja, Letya, de dappere vluchteling uit Syrië.

Ik begrijp haar.