Posts tonen met het label bevolkingsonderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bevolkingsonderzoek. Alle posts tonen

woensdag 20 januari 2016

Busje, BOB en (geen) brave borst



Er ligt al een paar weken een uitnodiging op mijn bureau. In een dichte envelop. Die hoef ik niet open te maken om toch te weten dat dit zo’n invitatie is die ik afsla. En dat heeft weinig te maken met wel of geen eerbied voor de gastvrouw. Het gaat toch wel door, het ‘feest’, of ik nou wel of niet ben geweest.

Genoeg geheimzinnigheid, maar met de billen eh borsten bloot. De gesloten envelop bevat een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. Voor vroege opsporing van kanker. Dat klinkt als een niet te weigeren aanzoek. Maar… is het allemaal wel zo positief als het lijkt? Trouwens, in medische context neigt ‘positief’ vaak meer naar de tegenovergestelde betekenis.

Vier jaar terug heb ik de bus aan me voorbij laten gaan, om het twee jaar later toch maar aan den lijve te ondervinden, het tieten pletten. Sorry, duidelijker kan ik het niet formuleren. Eigenlijk viel het fysieke onderdeel me mee. Oké, er zijn fijnere dingen te bedenken dan je borsten tussen twee royaal uitgevallen petrischalen. Bovendien zijn er vrouwvriendelijkere (maar waarschijnlijk duurdere en tijdrovendere) onderzoeksmethoden zoals thermografie.

Veel pijnlijker vond ik het wachten op de uitslag. Ieder telefoongerinkel had de impact van een alarmbel. ’t Was de huisarts zeker, met een boodschap zeker…
En stel dat het loos alarm was. Ben ik knettergek dat ik daarvoor eigenlijk nog het bangst was? Of komt het doordat ik de angst in de ogen heb gezien, de bange trilling in de stem heb gehoord van vriendinnen die weken tussen hoop en vrees hebben geleefd, bij nader inzien ‘voor niets’?

Twee jaar later doemt-ie weer op in het straatbeeld, dat model tandartsbus waarin levens kunnen worden gered. Want ik ben beslist bereid om te geloven, er zelfs een beetje op te vertrouwen, dat het bevolkingsonderzoek een preventieve werking kan hebben. Maar er klinken ook tegengeluiden, waarvoor ik mijn oren niet wil sluiten. Die cumulatief hoge stralingsdosis (door al die periodieke onderzoeken) kan kankerverwekkend zijn. De agressieve, snelgroeiende, veelal dodelijke tumoren worden niet opgemerkt. Het is niet wetenschappelijk bewezen dat de kans op overlijden aan borstkanker door mammografie wordt verlaagd. Vrouwen die regelmatig zo’n screening ondergaan, leven gemiddeld niet langer dan vrouwen die nooit zijn onderzocht.
En dan ook weer die ‘vals-positieve’ uitslag: voor elke vrouw bij wie kanker correct is gesignaleerd, krijgen zo’n tien gezonde vrouwen na de bus te maken met een biopsie, operatie, radiotherapie of chemotherapie zonder noodzaak (omdat zo’n plekje nooit dodelijk was geworden).

Ja, je springt natuurlijk een gat in de lucht als het uiteindelijk allemaal toch in orde blijkt te zijn. Maar het lijkt me nóg veel fijner om de dans van al die voorafgaande paniek (om niks) te ontspringen. Daarom voor mij dit jaar geen BOB (bevolkingsonderzoek borstkanker). Een risico, inderdaad. Maar is dat niet waarmee ons leven is verweven?


Tot slot, ik heb de wijsheid niet in pacht. Is het leven een uitgestippeld pad? Ook daarover zijn de meningen verdeeld. In mijn optiek ligt ieders centrale snelweg in bepaalde contouren klaar, maar oh wat zijn er een zijwegen. En soms raak je zelfs compleet van het pad af, ondersteboven in de berm. Mijn snelweg had er eigenlijk niet eens moeten zijn. Dat is nooit keihard uitgesproken, maar als er genoeg rare dingen gebeuren kan je uiteindelijk zelf die conclusie wel trekken. Nee, dat is niet zielig. Leven in de reservetijd, dat is maximale winst! Ik bekijk het leven door een bril in een (in deze context) best toepasselijke kleur: roze.

En omdat ik heilig geloof in eigen keuzes, op grond van eigen argumenten, hieronder wat links met voors en tegens, plussen en minnen, ups en downs… allemaal volgens het lijnenspel van onze hartslag.


http://www.voedingisgezondheid.nl/Kanker_sub_mammografiegekte.html







woensdag 4 december 2013

Borstenbus


Je bent pas oud als je… naar de bus moet! Nee, niet zo bijziend dat je niet meer kan autorijden. Of zo stijf dat je je been niet meer over de stang van je mountainbike kan krijgen. Ik bedoel een heel ander vehikel. Die tweejaarlijks terugkerende sta-in-de-weg op de parkeerplaats in het centrum. De bus waar je naar binnen gaat en geen idee hebt wat je eindbestemming zal zijn. Of zelfs: of je nog wel een route te gaan hebt, of bent terechtgekomen op het doodlopend spoor.



Jarenlang fietste ik er in sneltreinvaart voorbij. De bus van het landelijke bevolkingsonderzoek borstkanker, ofwel de borstenbus. Nog te jong voor een uitnodiging op de mat. De verhalen van vriendinnen die me voorgingen, klonken verre van uitnodigend. Met een gruwel die niet zou misstaan in de van angstzweet gedrenkte entourage van de wachtkamer van de lokaal zo gevreesde kaakchirurg – ook wel bekend als ‘de slager’ – werd een schets gegeven van een soort martelpartij die zijn gelijke nauwelijks kent.

“Als mannen zekere delen van zichzelf hadden moeten laten onderzoeken, hoefden ze vast niet in de ‘waswringer’,” oppert een vriendin met een grimmige trek om haar mond. “Reken maar dat er dan een heel wat klantvriendelijker oplossing bedacht werd.”
“Tsja, bij jou zal het wel extra lastig zijn,” filosofeert een tweede, wat schimmig starend naar mijn magere cup A. “Jij hebt bijna niks, dus dat wordt ver uitrekken.”
Met boermetkiespijnhumor zocht ik emotioneel houvast aan een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Zodra die vermaledijde bus weer opdoemt in het straatbeeld, is het lachen me vergaan. Binnenstappen tussen die schuifdeuren door voelt vast een beetje als de opkomst van een bloednerveuze kandidaat in zo’n ouderwetse zaterdagavondquiz, alleen dan zonder kans op de koelkast. De plastic klapstoeltjes in het voorportaal zitten vol, en er wordt druk gepraat over van alles en nog wat. Afleidingsmanoeuvre pur sang. Mijn interesse gaat meer uit naar de blik van de vrouwen die weer tevoorschijn komen. Ogenschijnlijk ongeschonden.  

Kort nadat het mijn beurt is om in een van de drie pashokjes te verdwijnen, wordt de deur aan de andere kant geopend.
“Even het apparaat op de goede hoogte instellen,” articuleert de vrouw die mijn borstbeeld gaat vastleggen. Haar welwillende meewarigheid is vast lief bedoeld, maar maakt me eigenlijk extra nerveus, want kennelijk IS het dus erg? In die slordige vijf, hooguit zeven minuten foto’s maken, gaan mijn gedachten uit naar de vriendinnen die met minder mooie berichten geconfronteerd werden. En ook naar degenen die twee weken in de stress hebben geleefd vanwege ‘loos alarm’. En dan ineens… klaar.

Zoals met veel dingen in het leven waar je verschrikkelijk tegenop ziet, kan het bijna alleen maar meevallen. Na afloop trakteren een vriendin (die vlak voor me aan de beurt was) en ik onszelf op koffie met appeltaart. Met slagroom. Verdiend! Ik voel me stoerder dan ooit.

En dan, ver vóór de voorspelde termijn van twee weken, ligt daar dé brief op de mat. Half verstopt onder ‘Kracht’, het kwartaalblad van KWF Kankerbestrijding. Is dat een slecht voorteken? Dat kan toch geen toeval zijn? Met de lafheid van een struisvogelpoliticus schuif ik de enveloppe onder mijn bureaubeschermer. In de nacht spoken de ergste scenario’s door mijn hoofd. Overdag zijn het juist de praktische dingen die me afleiden van het onderwerp, of… juist niet.
Hoeveel tijd ben ik kwijt bij slecht bericht? Voel ik pijn links? Maar borstkanker doet toch helemaal geen pijn? Zo’n tumor komt als sluipwesp. Als een soort ‘pacman’ die je gezonde cellen verslindt.
Als dat het geval zou zijn, dan moet het proces gestopt worden, zo snel mogelijk. Nee, nog één nachtje slapen. Nog even niet. Alsof er ooit wel een goed moment bestaat om ziek te worden. En hé hypochonder, wie weet is er niets aan de hand!

Hoe lang kan je jezelf aan het lijntje houden? Tot het moment dat nieuwsgierigheid ontaardt in een vleugje dapperheid? Totdat mensen in de omgeving gaan vragen. Mijn dochter, een vriendin.
Ineens moest ik het weten. Zonder verder nadenken, met één ritsrats van mijn pink heb ik vanavond de enveloppe opengescheurd. En daar staat het…
“We hebben op de röntgenfoto’s géén aanwijzingen gevonden voor borstkanker.” Het woordje ‘geen’ in vet. Vier letters van verlossing, die het grote verschil maken.




Je weet nooit waar de finish van je leven ligt, maar deze actuele zekerheid van veiligheid legt gevoelsmatig even de hele wereld open. In gedachten wens ik veel, heel veel moed aan al diegenen die een ander bericht hebben gekregen en wel de moeilijke route moeten gaan. Hopelijk is die ‘busstop’ alleen een tijdelijke omweg met toch nog een eindstreep ver in het verschiet. 




Lintje voor Yvonne Graaf die me stimuleerde naar de bus te gaan. 
Een goeie push(up), maar dan anders ;- )