Posts tonen met het label tandarts. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tandarts. Alle posts tonen

dinsdag 15 september 2015

Tanden knarsen

An apple a day keeps the doctor away. Geldt dat eigenlijk nog steeds? Als het aan de tandarts ligt vast niet. Al die fruitzuren blijken de pest voor het glazuur van tanden en kiezen, dus die vrolijke ‘snoep verstandig eet een appel’-reclame van de jaren ’70 is multi-interpretabel achterhaald.


Aan mijn tandartsbezoek van vroeger jaren bewaar ik geen fijne herinneringen. Twee keer per jaar kwam hij voorrijden, de schooltandarts. Op alfabetische volgorde werden de bibberende leerlingetjes weggeroepen voor een bezoekje aan wat eruit zag als een te groot uitgevallen camper. Gelukkig had ik bijna nooit een gaatje, maar de vulling die hij ooit aanbracht, werd er direct weer uitgeboord door de andere tandarts. De officiële van het gezin, waar we ook nog eens twee keer per jaar in de stoel moesten liggen. “Hoe vaker hoe beter,” vonden mijn ouders in een tijd waarin tandartszorg net in opkomst en dus trendy was. Waarschijnlijk dat de ziektekostenverzekering alles vergoedde, maar ik was het kind van de rekening met die twee klusjesmannen die elkaar probeerden af te troeven via mijn gebit.


Tegenwoordig heb ik een vrolijke (vrouwelijke) tandarts. Het is bijna gezellig om naar haar toe te gaan. Maar omdat een mens kennelijk altijd iets te zeuren moet hebben, is mijn irritatiefocus nu verlegd naar een andere professional. De mondhygiënist.
Was vroeger frequent poetsen voldoende voor een volmaakt witte glimlach, tegenwoordig moet je de strijd tegen tandplak en andere kwalen achter de lippen aangaan met een compleet schoonmaakpakket. Tandenstokers, flosdraad, ragertjes. En wee je gebeente als je die niet gebruikt! De interieurverzorgster van het gebit ziet het meteen.
“Jij hebt het weer prima gedaan,” sprak die van ons iedere keer overdreven articulerend tegen mijn echtgenoot, intussen streng starend naar mij… totaalweigeraar van cocktailprikkers in het tandvlees. Als rechtgeaard vegetariër heb ik het niet zo op die bloedende stokjes.
Ja, ik weet het, je moet dóórzetten. Het was vooral dat ‘gestook’ in een goed huwelijk dat mij definitief deed afhaken.

De alarmerende geluiden uit mijn omgeving doen me nu toch weer aarzelen.
Een vriendin die wekenlang nauwelijks kon eten omdat ze ‘flapjes tandvlees’ moest laten wegsnijden, onder een stortvloed aan afkeurende kritieken over haar poetsgedrag. Nee, de mondhygiënist praat de klant niet naar de mond. Of een andere vriendin die ‘strafopslag’ moest betalen bovenop de toch al dure rekening: 12,50 euro poetsinstructie.

Vroeger, in het ‘appeltijdperk’ zeg maar, was het beroep mondhygiënist nog niet eens uitgevonden.
Laat staan die ieniemienie cv-reinigers voor tussen de tanden. Is dat nodig, zo’n complete huishouding in onze mond? Als ik daar te lang en te ver over doordenk, zie ik het ineens weer staan. Dat beetje aangekalkte ouwe glas, op het nachtkastje van mijn grootmoeder, met daarin in twee gedeelten, haar gebit. Dat nooit!

Dus toch maar weer een afspraak maken met de personificatie van een partijtje tandenknarsen? Anders sta ik binnenkort lelijk met mijn mond vol tanden. Of niet. En zo’n mummelmondje? Dat ziet er niet uit. Maar even op de tanden bijten dus.







donderdag 3 april 2014

Met de handen in het haar



Als je haar maar goed zit. Was het dat vrolijke liedje van popgroep Vulcano dat de toon heeft gezet? In ieder geval is die uitdrukking blijven naklinken. Met een goede kop, eh coupe heb je een streepje voor. Met die gedachte in, en ook een beetje op het hoofd, sprong ik pas op de fiets naar de kapper waar je terecht kunt zonder afspraak. Ideaal, want meestal stel ik de knipbeurt zo lang mogelijk uit (‘wat een gedoe’) dat het van de ene op de andere dag niet meer goed zit.

Even later zit ik op de wachtbank, bladerend in van die lekker knisperende dure glossy bladen die daar ook eigenlijk alleen voor bedoeld zijn. Veel te lezen staat er niet in. Starend naar glamour vrouwen in pumps ter waarde van een half maandsalaris verheug ik me er al stiekempjes op om met een spetterende coiffure en bijbehorende boost voor mijn ego het pand weer te verlaten.  

“Ojee, wat smeert u in uw haar?”
De openingsvraag van de kapster is al niet relaxed.
Mijn hoop dat ‘olie’ het goede antwoord is, wordt direct de bodem ingeslagen. Dat ik het merk niet kan noemen, blijkt bijna een doodzonde.
“Maar uw haar is uw visitekaartje!”
Dat ik mijn haren ‘kennelijk’ zelf kleur, is uit den boze.
“Het ruïneert de natuurlijke veerkracht. Ja, óók als u henna gebruikt. Juist dan.”
Tijdens het knippen maant ze me herhaaldelijk rechtop te zitten.
“U laat uw hoofd steeds zakken!”
Ja, vind je’t gek?
Tegen het einde van de knipbeurt gooit zij het ineens over een andere boeg.
Weet ik wel wat een prachtige krullen ik heb? Die komen pas écht goed tot hun recht met de juiste producten. Er verschijnen potjes, flesjes en een spuitbus foam die ik vast zo bij de lokale drogist zou kunnen halen, voor een habbekrats. Maar hier krijg ik nu ‘toevallig net vandaag’ 50 procent korting op het duurste product. Naast knippen heeft de kapster ook de tactiek van verkoop in de vingers, dat moet gezegd. Evengoed trap ik met een lege tas huiswaarts. Voor een slordige 20 euro knippen en voor tientallen euro’s pappen&nathouden, Wella-omdatikhetwaarben? Dácht het niet.


De verwachte egoboost blijft ook uit. Sterker nog, ik kom vertwijfelder thuis dan ik vertrok.
Hebben anderen dat nou ook, dat effect, in handen van dé professionals?
Mijn mondhygiëniste geeft me er vaak van langs. Hoezo, goed poetsen? Dat dát niet genoeg is, weet ik toch zeker zelf ook wel? Waarom geen ragebollen en tandenstokers, meldt ze met scheve blik op mijn echtgenoot die wel regelmatig zo’n satéprikker in zijn tandvlees steekt. Hoort dat bij de service, dat ‘stoken’ in een goed huwelijk?
Het liefst ga ik naar kledingwinkels zonder advies. Piekeren over wat leuk staat, dat doe ik het liefste zelf, achter de veilige beschutting van het paskamergordijn.
De schoonheidsspecialiste is ook al niet mijn beste vriendin. De zeldzame keren dat ik me onderhanden laat nemen, kijk ik na afloop in de spiegel een beetje verschrikt in het gezicht van een volslagen vreemde.

En dan zit ik weer in een wachtkamer. Die van de tandarts. Met kiespijn en een beetje bang voor de boor. Maar…er blijkt niks mis. ”Het ziet er allemaal fantastisch uit!”
De Big Smile waarmee ik naar buiten rén (en daarmee zie je er bijna altijd goed uit) komt ook een beetje door weer zo’n blad waarin ik heb zitten bladeren. Happinez, met daarin een interviewtje met modeontwerper Hans Ubbink. Zijn advies: “Doe gewoon aan waar je je lekker in voelt.”
Die avond zie ik op TV dat hij gaat stoppen. “De markt is moeilijk.”

Wat zonde! Maar ik doe wel graag een suggestie voor doorstart naar een nieuwe carrière, die van coach in positivisme. Met een vleugje ‘wees jezelf’ voelt iedereen zich op z’n best. En reken maar dat dat goed is voor je ‘looks’.