Posts tonen met het label tekstschrijver. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tekstschrijver. Alle posts tonen

woensdag 20 augustus 2014

De waarde van woorden


Het product van een tekstschrijver? Woorden. En wat zijn die woorden waard? Dat vraagt om een wedervraag. Want, zijn het moeilijke woorden? Extra lange woorden? Of juist korte, krachtige om een ingewikkelde materie simpel te vertalen? Vooral aan die ogenschijnlijk lichte woorden kun je je als tekstschrijver soms lelijk vertillen.

De daad bij het woord voegen, da’s bij tekstschrijven geen productiewerk. Je kunt er ook niet voor naar de kiloknaller. Toegegeven, woorden kunnen best zwaarwichtig zijn. Maar woorden wegen lukt niet. Of hooguit op een goudschaaltje.

Tegenwoordig lijken woorden trouwens luchtiger dan ooit. Ze belanden nauwelijks meer op papier, maar vooral in ‘the clouds’. Daar vandaan kunnen geïnteresseerde lezers ze zelf naar believen naar beneden halen. Sorry, downloaden. Vervolgens moeten die woorden kunnen kantelen, kiepen en dwarrelen over het beeldscherm van tablet of telefoon. Slimme telefoon, wel te verstaan. Zulke technische hoogstandjes spreken vast tot de verbeelding. Maar een tekst moet vooral ook leesbaar zijn. Gewoon inhoudelijk, als woorden in de juiste context. Daarin is eigenlijk niks veranderd.

Om op te kunnen vallen in die snel uitdijende wolkenbrij van woorden wordt steeds moeilijker. Voorwaarde één is natuurlijk dat die woorden gevonden worden. Het geheim van de (SEO)smid is regelmatig in de tekst vermelden waar deze tekst over gaat, zodat die tekst niet ondergesneeuwd raakt door andere teksten die hun tekst ook onder de aandacht van tekstzoekers willen brengen. En misschien ook nog even op de moderne manier – txt – zodat de tekst ook door die categorische doelgroep gevonden wordt. Maar verder?

Een paar weken terug zag ik twee professionele schilders aan het werk. Ik kan het zelf ook best aardig, een kwast vasthouden en ermee over de kozijnen strijken. Maar dan druipt al snel de verf langs mijn arm. En onvermijdelijk rollen er wat druppels op plekken waar ik ze liever niet wil hebben. Nu was de klus in een paar dagen geklaard. Geen lekkers, geen druppers. Strak in de lak.

Van schilder naar regel twee (en misschien verdient deze zelfs de eerste plek) voor tekstwerk is geen grote sprong. Net als de schilder neemt ook de tekstschrijver vakwerk uit handen, zorgt voor een sterk verhaal, ‘strak in de lak’ en met een klankkleur waarmee de woorden goed uit de verf komen.

Of, poëtischer, een kleurrijke tekst is als een regenboog tegen de achtergrond van een donkere lucht.



maandag 24 februari 2014

Wat heb je aan?

Heeft tekstschrijven toekomst? Dat die vraag dit jaar de rode draad was in de nieuwjaarstoespraak van mijn branchevereniging geeft te denken. Wie schrijft die blijft? Met de vluchtigheid van digitale woorden valt er weinig anders na te laten voor het nageslacht dan losse flodders van gedachten. In plaats van tastbare boeken die je er nog eens op na kunt slaan. Of zo'n knisperend vers magazine, met van die glimmende bladzijden. Kom daar nog eens om, vandaag de dag. Om lekker nog even in te bladeren in bed of – nog relaxter – in bad. Met je iPad ga je toch niet zo snel te water.

Edoch, wie wil blijven bestaan als ‘broodschrijver’ moet zelf een beetje creatief en grensverleggend bezig blijven. Anders prijs je jezelf uit de markt. Als individu én als beroepsgroep. En dan staan we voor we het weten in de lijst van oude ambachten. Tussen Schrijnwerker en Schuijermaker.


Nee, dan toch liever de S van nieuwe Start!
Iedere bedreiging is een kans. Nieuwe middelen, nieuwe mogelijkheden. De hashtag. #tekstschrijvers. In het lijstje van (veel) aanbod en (weinig) vraag begon mijn werkweek met een uitnodigende tekst. 
“Creatieve tekstschrijvers gevraagd. Per direct!”

“Een goed salaris met flexibele uren, gedreven,” biedt de adverteerder. Mijn ogen glijdend over uitnodigende regels begin ik gevoelsmatig steeds beter in het profiel te passen. “Enthousiaste en vooral creatieve mensen.” 
Als een maatkostuum!
Bij de “beschikbare bonussen voor goede prestaties” blijft mijn intuïtie even haperen, dan stoot ik direct door naar de eindfrase.

“Schrijvers die staat zijn zich keer op keer te vernieuwen en blijven verrassen met nieuwe creativiteit. Mensen die beschikken over een onuitputtelijke bron voor het schrijven van …
korte, prikkelende erotische teksten."


Tsja, die moeten ook geschreven worden. Maar de slotregel “Alle uren buiten 8:30 en 18:00 vallen onder thuiswerk met een verhoogde vergoeding,” zet de term “resultaatgerichtheid” toch even in een ander licht.

Voordat ik er erg in heb, zit ik weer even op sollicitatiegesprek bij de uitgever die me ontving in een soort huiskamerachtig kantoor. Hij had van zijn hobby zijn beroep gemaakt, vertelde hij met een vette knipoog, met daaraan vast direct de vraag: “Hoe weet ik dat je het kèn, schrijven?”
Met zweterig ogende handen, met aan bijna iedere vinger een zegelring, wees hij naar de chaise-longue-achtige pluchen bank. Als er niet genoeg tekstwerk te klaren was, had hij nog wel wat andere klusjes te doen.

Ik ben absoluut voor ‘thinking out of the box’ en mijn best al grote comfortzone mag best nog wat worden opgerekt. Maar dit past toch niet precies in de profielschets van “tekstschrijver” zoals ik die voor me zie.

Is het toevallig dat ik die avond nog tot ver na middernacht naar de radio luister? Op het plankje boven mijn bed ontspint zich een gesprek tussen een melige disc-jockey en een vrouwenstem met een rondborstig geluid. Niet zoals het profiel van de beoogde erotische woordenrijgster, maar meer zoiets van stoer en struis en bloemetjesschort.
Kennelijk hoor ik het goed. Want het antwoord op de vraag “wat heb je aan?” schudt me wakker van het lachen.
“De radio!”


Ineens weet ik wat ik ga doen. Luisterboeken schrijven.

vrijdag 25 oktober 2013

X


“Wat doe je?” Die vraag voert steevast de boventoon op bijeenkomsten waar ze elkaar treffen, ZZP’ers, ZelfZorgendePersoonlijkheden die denken dat ze’t allemaal zelluf wel kunnen. Ik mag het zeggen, want ik ben er ook zo eentje die – twintig jaar terug alweer – besloot de stoute schoenen aan te trekken en het eigen pad te kiezen.

Het klinkt vrijer dan het is, dat ‘free’ in ‘freelancer’. In drukke tijden voelde ik me niet zelden een ZelfZwoegendePaardenkracht. Maar ook nu, in de economisch magerder en daardoor soms wat minder drukke tijden, blijkt ‘vrijheid’ een beperkend begrip.
Want we kunnen het niet alleen. Niet in hoogtijdagen, waarin we een beroep moeten doen op elkaars professionele steun en toeverlaat, al was het maar om het werk af te krijgen. En ook niet nu we elkander vooral nodig hebben voor het betere gunnen en gegund krijgen. We bennen op de wereld om mekaar te helpen nietwaar? Want ‘het schaep met de vijf poten’, daarvan zijn er niet zoveel.

Ken je beperkingen. Maar ook je kwaliteiten. Balancerend tussen die twee koos ik ooit een beroepsnaam die wat mij betreft de lading prima dekt. ‘Tekstschrijver.’ Niet meer en niet minder dan dat. Interviews, artikelen, websites. Tekst, tekst, tekst. Schoenmaker hou je bij je leest, ik kon er prima mee uit de voeten.
Tot halverwege deze week. Samen met een collega (ja, ook tekstschrijver) bezocht ik een symposium voor ondernemers van allerlei achtergrond. ZZP’ers aller sectoren, verenigt u. Inspirerend, zo’n zee aan ZoekendeZakenPartners, en nog wel in de stimulerende thuisbasis van het ministerie van Sociale Zaken en – vooral – Werkgelegenheid.

Maar… “werken is helemaal niet nodig,” opende een van de gastsprekers zijn oratie over de kracht van social media. Het woord ‘workshop’ werd gaandeweg steeds lachwekkender, want volgens de in strak kostuum gestoken redenaar was er bij hem nauwelijks werk aan de winkel, terwijl het geld evengoed bijna vanzelf binnenrolde. “In minder dan veertien maanden had ik mijn eerste miljoen verdiend.” Ondertussen waren er, volgens ZijnZeggenPreek vele gevolgd. Een wakkere kijk op slapend rijk worden? Hoe dat dan allemaal gebeurde, daarover bleef hij in het vage. “Passieve geldstromen, via internet.” Jaja.




Ondanks een hoge dosis argwaan stond ik me in de koffiepauze toch even af te vragen waar je die i-rijkwordenterwijljeslaapt-app zou kunnen downloaden. Ik schrok op uit mijn dromelarijen toen er een vrouwsverschijning in mijn blikveld schoof. Haar baan? Verleidingskunstenaar! 
Even doorvragen – “wat doe je?” – maakte het allemaal wat minder spannend dan de beroepsnaam en het bijbehorend decolleté deden beloven: reorganisatieprocessen begeleiden. Evengoed, mijn ZelfZoProfessioneel klinkende functienaam stak er maar magertjes bij af. Tekstschrijver. Al die dubbele medeklinkers, je gaat er maar van spugen en spetteren. Veel te veel “ksssst”, niks uitnodigends en mysterieus. Tekstschrijver, het bekte ineens niet lekker meer. Sexy ho maar!

Bereidwillig dacht ze mee over alternatieven. Lettercreatief, woordkrachtpatser, zinverbinder ? De ideeënstroom kwam abrupt ten einde toen de ‘selfmade financial hero’ zijn tweede gastcollege had afgerond. Vol overgave gooide ze haar verleidingskunsten in de praktijk en even later stonden ze zij-aan-zij aan een statafeltje te eten. Het was duidelijk, Mrs ZwierigeZwoelPlakker en Mr ZelfZuchtigPak hadden een klik. Hij had zeven (!) sateetjes op zijn bordje. Van die vette, waarschijnlijk uit blik. Ach, een multimiljonair wil ook weleens royaal eten.



Huiswaarts in de trein (tsja, die rijkdom-app is nog niet gedownload, dus de Rolls met chauffeur laat nog even op zich wachten) kreeg ik een geniale ingeving. 
Kort en krachtig. Liefst een beetje internationaal. Geinig geschreven.
TXT.
Kan nóg korter. Met een vleugje wiskunde (het enig leuke dat ik van dat vak heb overgehouden is het wegstrepen).
X!
Alsof dat niet superintrigerend is.

Vanmorgen was ik bij de Open Coffee, een maandelijkse netwerkbijeenkomst waarop ik deze keer onder andere sprak met een Engels vertaler, een fotograaf, een PR-man, een marketingdeskundige en een professionele toerist. Allemaal wilden ze ook weten wat ik doe.
Geloof me, die ene "X" kreeg ik niet over mijn lippen.
Ik ben toch weer teruggevallen. Met wat aarzeling in de stem. Tekstschrijver? Ik hoorde het zelf, dat vraagteken aan het einde. Eigenlijk best goed. Dat nodigt uit tot doorvragen en meer willen weten. Want woorden rijgen, tekstbeeld kleien, zinnen smeden, woordbeeld bouwen dat doe ik allemaal ook. En nog veel meer ; - )





,