Posts tonen met het label zomer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zomer. Alle posts tonen

donderdag 5 juni 2014

Niet sjiek, maar nét!

It’s summer. Dat stond bovenaan de pagina van het weekfoldertje van de Lidl, huis aan huis verspreid. Het tot strandjurk vermaakte visnet trok direct de aandacht. Zwart kant, en dat voor een habbekrats. Maar… kan dat nog op mijn leeftijd? Met het ritje naar het schap op de vroege ochtend was de vraag al half beantwoord. Evengoed was er een portie twijfel waarmee ik tussen de schuifdeuren naar binnen stapte.


Bikini’s, badpakken, felgekleurde pareo’s. Allemaal voor het grijpen, slechts een paar meter verwijderd van de paprika’s en tomaten. Met een schijnbeweging langs het groenteschap stond ik oog in oog met het felbegeerde nethemd. Want als jurkje was dit ‘net’ vast vooral bedoeld voor bikinibabes om mannen mee aan de haak te slaan.
Bijna in trance door het beslissingsproces (wel/niet kopen, dat vergt hogetoerensnelheid van de interne harde schijf) werd ik ongeduldig opzij geduwd door zo’n typje verveeld kauwgomkauwen - duh - verwend poppetje dat er overduidelijk aan gewend was vele heren in haar netten te strikken. Ze had al een indrukwekkend pakketje strandspul bij elkaar gegrist en trok bijna dat ene netjurkje maat S uit mijn hand. In één seconde was mijn wik- en weegproces teneinde, die slag was mijn!

En daar, een paar meter verderop, stond ze. De oudere mevrouw, jaartje of 70. Geen type grijze muis, maar knalgele rok en bloemige blouse. Haar knijpsessie in de avocado’s bleek ook een schijnbeweging. ‘Daar ben ik eigenlijk ook naar op zoek,’ fluisterde ze met een blik op de cellofaanverpakking in mijn hand. ‘Kunt u me vertellen waar ik die vind?’
Er was weinig fantasie voor nodig om haar te zien in de entourage van zo’n klassieke lingerieboutique waar de gedienstige hand van de verkoopster door de kier in het gordijn naar binnen komt, even voelen of de bustehouder wel de juiste pasvorm heeft met het welbekende kneepje van het vak.
Bijna automatisch schoot ik in de adviserende rol. Nee, niet knijpen, maar grijpen. Graaien in de grabbelbak. Met blije ogen nam ze mijn vondst in handen.
‘Denkt u dat dit me nog staat?’
‘Tuurlijk!’ overtuigde ik strijdlustig. Bibinibabe keek verbluft toe.

Ze leek wat misplaatst onder de felle neonverlichting, de grande dame, alsof ze zo was weg gestapt van een lunchsouper, de sterke vrouw achter de oud-directeur van de een of andere fabriek.
‘Wat ga je toch doen, lief, bij zo’n vreselijke discountsuperknaller?’
Maar zij was al jaren terug uit zijn schaduw getreden en eraan gewend geraakt haar eigen spoor te trekken. Niet in grijs, zoals een schaduw betaamt, maar kleurrijk. Ze had duidelijk aandacht aan haar make-up besteed voorafgaand aan deze shopsessie, rozige oogschaduw en felroze lippenstift.

‘Ik ga pas in oktober op vakantie,’ bekende ze, in de rij voor de kassa.
Vast een cruise naar de Cariben, met gekoelde witte wijn aangereikt door een witgehandschoende herenhand.
‘Het wordt een prachtig pinksterweekend, wie weet kunt u het dan al aan in de tuin?’
‘Goed idee!’ reageerde ze met stralende lach. De blosjes op haar wangen glommen extra vrolijk.

Niet sjiek, maar nét! Een paradijsvogel in de seniorengeneratie. 



dinsdag 16 juli 2013

Weerpraatje


Het gebeurt regelmatig. Heb je je nét geïnstalleerd in een zonnestoel, bikini aan, verantwoord ingesmeerd, goed boek in de hand, glas water onder grijpbereik en dan… schuift er een wolk voor de zon. Nee, niet zo’n vrolijk witwollig schapenwolkje dat zo weer voorbij dartelt, maar een dikke grijze mammoet die met geen tien paarden van zijn plek is te krijgen. Koud, kippenvel en… kleren maar weer aan.

En hij had het nog zó gezegd, gisteren, aan het einde van het journaal:
“Morgenmiddag zonnig.”
’s Avonds bespeur ik geen greintje schaamte op ‘s weermans gezicht. Hogedrukfronten die een heel eigen leven zijn gaan leiden, tijdschema’s die net even anders zijn ingevuld dan voorspeld. Toegegeven, Einstein voorspelde het al met zijn relativiteitstheorie (E is MC2): tijd en ruimte zijn rekbare begrippen. Maar in het geval van professionele ‘wederwaardigheden’ vullen dergelijke praatjes toch geen gaatjes?

Zou het komen doordat de boodschapper nou eenmaal altijd ‘de lul’ is? Neem die beroerde zomer van een paar jaar terug. (wanneer precies weet ik niet meer; de laatste zomers op rij leven vormen in mijn gedachten één gezamenlijk somberfront, als een soort voorbode van de herfst). Erwin Krol verscheen iedere avond monter op de buis. Was het bij gebrek aan zonneschijn dat hij zelf zo stralend probeerde te ogen? Zijn uitgesproken voorspellingen – wind, regen, koudedepressies – sloten niet aan bij zijn dagelijkse slotzinnetje: “Dát is nou zomer!” Er waren er vast meer die zich ergerden aan deze contradictio in terminis. Ineens was hij verdacht snel van de buis.



De weermannen van nu doen het slimmer. Hun dagelijkse weercurve verpakken ze in een breed gearceerde lijn die zich zo’n beetje uitstrekt van minus vijf en tot 25 in de plus. Hoezo voorspellen? Met zo’n ‘hetkanvriezenhetkandooientheorie’ kan ik het ook!

De allerbeste dekmantel zag en hoorde ik ooit bij de Noren. Tijdens een dagje pretpark begon het van de één op de andere minuut keihard te regenen. In plaats van mopperen, verhieven de Noren zich als één man vanaf de houten tribune rond het optreden van een clown. Ze toverden ritselende regenjassen tevoorschijn, en met de hele familie in plastic gehuld ging het spektakel onverdroten voort. Toen ik een van hen daar later met een mengeling van verbazing en bewondering op aansprak, maakte hij me gul wegwijs in volkswijsheid nummer één: “Er bestaat geen fout weer, alleen maar foute kleer*.”

Hier komen we niet verder dan die Oudhollandse wijsheid: ‘achter de wolken schijnt de zon’. Oké, niet helemaal onwaar. Ik weet nog goed hoe ik als kind bij de allereerste keer in het vliegtuig diep onder de indruk was van die bijzondere ontdekking: boven de witte wattendeken schijnt altijd de zon (behalve natuurlijk ‘s nachts).

Evengoed een vriendelijk verzoek aan onze nationale weersvoorspellers. Wilt u graag bij de volgende zonnige belofte even vermelden of deze geldt voor boven of onder het wolkendek? Dan raak ik tenminste niet voor niets ‘in de wolken’. Bij die vrijblijvende adviezen van nu voel ik me soms volkomen weerloos.



*vrij vertaald, in het Noors rijmt het van nature wat beter


maandag 18 juli 2011

Warm gevoel

Naar buiten kijken lukt niet zo goed, want grote waterstralen striemen tegen de ramen en maken het zicht melkachtig transparant. Geeft niets, binnen is het beter dan buiten. Bovendien, met deze slagkracht regenen de ruiten vanzelf schoon.


Een wollige joggingbroek om de benen, lekker onderuitgezakt op de bank. Aan mijn voeten dikke sokken en daaromheen van die handige pittensloffen die je in de magnetron kunt opwarmen. Ideaal, want binnen een minuut is de vulling bloedheet. Die kokende pantoffels laten het bloed weer stromen en ontdooien wintertenen in sneltreinvaart.

Naast me, zo’n beetje tegen me aan geleund, ligt onze rode kater te spinnen. Die heeft ook totaal geen behoefte om nu naar buiten te gaan. Beestenweer!

Wat een bof dat we zo’n handige gaskachel hebben waarin het ‘open haardvuur’ niet van echt is te onderscheiden. Een lekker knus knapperend vlammenspel met één druk op de knop. Die van de afstandsbediening, wel te verstaan.

De vuurgloed schijnt prachtig in onze twee glaasjes rode wijn, die op het bijzettafeltje zo voor het grijpen staan. Lekker Frans kaasje ernaast. Calorieën tellen en lijnen zijn niet nodig, die paar pondjes extra vallen toch niet op, achter de knopen van het behaaglijk dikke vest.

Bijna bedtijd. Ik verheug me nu al op het snel wegtrekken van de koude uit de katoenen lakens, terwijl ik tot aan mijn kin onder het donzige dekbed lig. Hoe kan je behaaglijker wegsoezen, terwijl de wind om het huis huilt en de hagelsteentjes ritmisch tegen het schuine dakraam tokkelen? Zoals het thuis tikt, tikt het nergens.

Op de grens van waken en slapen druppelt het nog even door: mijn natgeregende laarzen staan nog in de huiskamer uit te lekken voor de haard. Ach, morgen is vroeg genoeg om ze terug te zetten op het schoenenrek in de hal. Wie weet wel handig zo, vlakbij de kachel. Is Sinterklaas zo zachtjes aan niet al onderweg? IJs en weder dienende.

Wat is het leven toch gezellig zo. Als je er maar niet bij nadenkt dat het eigenlijk hoogzomer is.