dinsdag 2 augustus 2011

Get a life

Vakantie. Vrijheid. In Kroatië, waar oorlogservaringen nog vers in het geheugen liggen, zijn die twee niet automatisch synoniem.




Even houd ik haar voor een politieagente, de struise serveerster in haar zwarte bomberjack. Tot ze op het terras in Trogir de kaart onder onze neus drukt. We willen alleen wat drinken op dit winderige pleintje in een wirwar van steegjes. Haar teleurstelling is zichtbaar als ze zwijgend twee flesjes frisdrank brengt. De vraag of we ook binnen kunnen eten, wordt beloond met een gastvrije glimlach. Zonder stoer omhulsel ontpopt zich een jonge vrouw. Eentje met geschiedenis. Tijdens de Balkanoorlog kwam ze van Bosnië naar Kroatië. Met haar moeder en twee broertjes, de jongste een baby van vier maanden. Vader… ze hapert even… is overleden in de strijd.
Als alleenstaande moeder van een dochtertje van vijf blijkt ze even jong als onze studerende dochter. De kost verdienen valt niet mee als je alleen werk hebt tijdens het toeristenseizoen. Het aanbod van haar baas voor versterking heeft ze afgeslagen. Dakterras, buitenterras, restaurant; ze doet alles in haar eentje. Ik neem mijn petje voor haar af.

Die pet past ons allemaal, lijkt niet de levensleidraad van de ober in Split. Zijn formele houding misstaat in de glitter & glamour van het drukbezochte centrum. Bij toeval belanden we op zijn bijna onvindbare dakterras. Geen wonder dat we de enige gasten blijven.
Ondanks de stilte blijft hij op afstand. Bier en cola worden netjes ingeschonken, maar er kan geen lachje af. Als ik zeg dat de tomatensoep echt naar tomaten smaakt, toont een lichte lift van zijn wenkbrauw een vermoeden dat hij in de maling wordt genomen. Zodra hij begrijpt dat ik het méén, komt hij los. Met de handen op de leuning van een stoel vertelt hij hoe hij jarenlang de soldatenbaret heeft gedragen, niet vrijwillig maar verplicht. De nabij gesneuvelden zullen levenslang in zijn hoofd blijven ronddolen, vullen zijn ogen aan.

Terug naar de huurauto passeren we in de krappe steegjes overvolle wasrekken. Vooral dat ene T-shirt trekt de aandacht. Ook al hangt het ondersteboven, is de opdruk goed leesbaar.
Get a life”.





maandag 25 juli 2011

Noorse taferelen

Noorse taferelen
Loslaten is lastig, zeker als het om lang en ver gaat. Voor het zover is, krijg je gelukkig de kans je kind van alles mee te geven. Een goed gevulde rugzak, een bescheiden subsidie. Vooral immateriële waarden  – ‘Wie goed doet, goed ontmoet’ – als stabiele basis voor een leven vol (zelf)vertrouwen.

Slaakten Noorse ouders een zucht van verlichting, toen hun zonen en dochters een weekendje gingen logeren in het kamphuis op Utøya? Lekker dichtbij huis. Eén met de natuur. In het land waar het leven goed is.

Tijdens het extra nieuwsbericht over de schietpartij kwam ze beeldbuisvullend tevoorschijn; de Noorse mevrouw met het blondgrijzige haar, haar ogen wijd opengesperd achter de licht beslagen brillenglazen, die stamelend haar reactie gaf.
“Wij zijn de goede mensen. Dit kan ons niet overkomen. Niet hier!”

Was dat ook de overtuiging van de jongeren op het eiland, als makke schapen samengedreven om te luisteren naar de boodschap van ‘agent’ Anders Breivik? Vol vertrouwen; de politie is je beste vriend.
Geloofden ze in een practical joke toen er lichamen gingen vallen? Spanning en sensatie van een georganiseerd ‘moordweekend’?
En hoeveel seconden duurde het tot duidelijk werd dat er geen tomatenketchup in het spel was en de dood levensecht?

Breiviks verkleedpartij was geen staaltje onschuldige teambuilding. Hij was dressed to kill.
“Deze wrede en laffe aanslag maakt een einde aan het paradijs van mijn jeugd,” sprak de Noorse premier Stoltenberg geëmotioneerd. De dader is geen uitheemse infiltrant met donkere oogopslag, maar een hoogblonde Noor met rechts-extremistische denkbeelden. Iemand uit eigen gelederen. De hel is soms dichterbij huis dan je denkt.

Gisterenavond vloeiden ze in elkaar; de beelden van het ingepakte lichaam van superstar Amy Winehouse en van de tientallen lijkenzakken van de slachtoffers op Utøya. Bij die laatsten geen stroboscoop van cameraflitslicht, maar voor mij verdienen ze allemaal de stairway to heaven.

Daarna de terugkomst van de ruim 400 jongeren, de overlevenden van een ‘weekend om nooit te vergeten’? Lukt het hen (en hun ouders) het gapend gat in hun vertrouwen te dichten? Ik hoop in vredesnaam dat mijn vrees voor levenslang nadreunen pessimistisch is.


(plafond Domkerk in Oslo waar de herdenkingsdienst werd gehouden)

maandag 18 juli 2011

Balanceren op de biobak

In bijna alle vacatureteksten staat het vermeld: m/v. Maar zodra het om privétaakverdelingen gaat, wordt er vaak een strikte tweedeling gehanteerd; mannen- en vrouwenwerk. Waarom?



Verbazen kan ik me over het geweeklaag van een vrouw wier echtgenoot nog steeds de buxushaag niet heeft geknipt. Mijn blik glijdt even naar haar handen. Gewoon tien vingers. Hoezo niet even zelf de heggenschaar ter hand genomen? Dat kost een hoop minder energie dan gezeur en gezemel. In ieder geval een boel minder ergernis en frustratie.

Bij ons bestaat die werkscheiding der seksen niet. Tenminste, volgens mij. Manlief zwaait prima met de pollepel (hoera!) maar denkt ook dat hij een regiment aan tips moet voorschotelen zodra ik gereedschap ter hand neem dat riekt naar ‘man’. Dus… de geur van schilder- en snoeiwerk hangt er alleen als hij er niet is.

De trap verven gebeurde tijdens zijn vergadertweedaagse. Zodra hij de straat uitreed, begon ik met schuren. De nieuwe glanslaag tree om tree, de volgende dag de andere treden, zodat de verdieping via hink-stap-sprong bereikbaar bleef. Als slimme, handige self support woman wachtte ik bij ’s mans thuiskomst op zijn reactie. Hij zag het niet eens! Maar zodra hij hoorde dat de trap strak in de lak stond, kwamen ze alsnog… de richtlijnen.

Vorige week was het de hoogste tijd voor het kortwieken van de heggen. Met man op anti-bemoeiafstand in een hotel, plaatste ik de aluminium huishoudtrap in de tuin. Het ding wiebelde vervaarlijk en in gedachten viel ik met de puntige heggenschaar en al naar de tuin van de buren, maar opgeven ho maar. Met één voet balancerend op de biobak ontstond een prachtig natuurlijk evenwicht, omringd door neerdwarrelend groen.

Dik tevreden met het resultaat ging ik een paar uurtjes later fluitend op zoek naar een fles frisdrank. En daar zat-ie, direct in mijn gezichtsveld, tegen de witte muur. Zo’n zwarte griezel die minimaal eenmaal per jaar de kelder onveilig maakt: een spin van reuzenformaat. Trillend ben ik terug naar boven gerend. Er zijn grenzen, dit is mánnenwerk. Als hij vanavond thuis is, krijgt hij ook nog een gerichte aanwijzing: vangen… NU!



Warm gevoel

Naar buiten kijken lukt niet zo goed, want grote waterstralen striemen tegen de ramen en maken het zicht melkachtig transparant. Geeft niets, binnen is het beter dan buiten. Bovendien, met deze slagkracht regenen de ruiten vanzelf schoon.


Een wollige joggingbroek om de benen, lekker onderuitgezakt op de bank. Aan mijn voeten dikke sokken en daaromheen van die handige pittensloffen die je in de magnetron kunt opwarmen. Ideaal, want binnen een minuut is de vulling bloedheet. Die kokende pantoffels laten het bloed weer stromen en ontdooien wintertenen in sneltreinvaart.

Naast me, zo’n beetje tegen me aan geleund, ligt onze rode kater te spinnen. Die heeft ook totaal geen behoefte om nu naar buiten te gaan. Beestenweer!

Wat een bof dat we zo’n handige gaskachel hebben waarin het ‘open haardvuur’ niet van echt is te onderscheiden. Een lekker knus knapperend vlammenspel met één druk op de knop. Die van de afstandsbediening, wel te verstaan.

De vuurgloed schijnt prachtig in onze twee glaasjes rode wijn, die op het bijzettafeltje zo voor het grijpen staan. Lekker Frans kaasje ernaast. Calorieën tellen en lijnen zijn niet nodig, die paar pondjes extra vallen toch niet op, achter de knopen van het behaaglijk dikke vest.

Bijna bedtijd. Ik verheug me nu al op het snel wegtrekken van de koude uit de katoenen lakens, terwijl ik tot aan mijn kin onder het donzige dekbed lig. Hoe kan je behaaglijker wegsoezen, terwijl de wind om het huis huilt en de hagelsteentjes ritmisch tegen het schuine dakraam tokkelen? Zoals het thuis tikt, tikt het nergens.

Op de grens van waken en slapen druppelt het nog even door: mijn natgeregende laarzen staan nog in de huiskamer uit te lekken voor de haard. Ach, morgen is vroeg genoeg om ze terug te zetten op het schoenenrek in de hal. Wie weet wel handig zo, vlakbij de kachel. Is Sinterklaas zo zachtjes aan niet al onderweg? IJs en weder dienende.

Wat is het leven toch gezellig zo. Als je er maar niet bij nadenkt dat het eigenlijk hoogzomer is.


donderdag 7 juli 2011

Viva Espana

Wat is de waarde van vakantie? Twee dingen!
Het opdoen van nieuwe ervaringen. En het even helemaal loskomen van het leven thuis. De zorgen mogen niet in de vakantiekoffer mee. Vrijheid blijheid.

 

Maar soms, uit onverwachtse hoek, zijn er van die prikkelingen.
De ober die, oh verrassend, een beetje Engels spreekt maar dan ook uit Roemenië blijkt te komen. Bestellingen rondbrengen doet hij in sneltreinvaart. Maar als het op afrekenen aankomt, staan zijn Spaanse collega´s vooraan. Een Oost-Europese gastarbeider hoeft niet te delen in de fooi.

Of de man, iedere dag met hetzelfde gele T-shirt met opdruk om zijn gedrongen lijf, die urenlang dapper bellen staat te blazen op het centrale plein van Cordoba. Stoïcijns, uren achtereen, terwijl joelende kinderen zijn kleurrijke, transparante illusies stuk prikken.

Die laatste zondagmorgen is er nog net tijd voor El Rastro, in de wijk La Latina van Madrid. Daar, aan de rand van wat ´s werelds grootste rommelmarkt wordt genoemd, triomfeert een trio dat alle marktgeschreeuw overstemt. Met graffiti op een rolluik als decor zitten ze naast elkaar op de stoep: gitarist, accordeonist en flamencozangeres. Geen charmant maatje, maar de rood gestippelde strokenrok lijkt voor haar weelderige vormen gemaakt.
De mannen krijgen een speels klapje op hun hoofd, een gebaar dat duidelijk maakt wie er de baas is.
Ze kijkt uitdagend. Kom maar op!

En ze komen, de toeschouwers. Hun gulle gaven verdwijnen in de zwarte gitaarhoes.
Verstaan doe ik bijna geen woord, maar de ondertoon van haar robuuste klankkast komt recht vanuit haar binnenste. Alleen wie de diepere dimensie van leed kent, kan zo vol overgave galmen. De personificatie van de smartlap.

De impact van die rauwe oerkreet uit haar keel is met geen geld te betalen, maar ik doe een poging. Als ik me voorover buig om de munten op het zwarte canvas te laten vallen, gebeurt er iets onverwachts. Ze trekt me naar zich toe en ik voel twee gulle zoenen, op iedere wang één.
Met een stralende lach gebaart ze iets wat ik pas veel later, bij een vluchtige blik in de spiegel van een openbaar toilet, begrijp. Aan beide kanten van mijn gezicht staat een afdruk van haar felrode lippenstift.

Die rode wangen neem ik mee, het vliegtuig in. Het beste souvenir om dat onbezorgde vakantiegevoel nog even vast te houden.


maandag 23 mei 2011

Levenslicht


De witte wattendeken ontneemt mijn perspectief. Maar het is datzelfde vliegende donstapijt dat het mogelijk maakt gevoelsmatig even los te komen van een heftig bliksembezoek aan een verre en tegelijkertijd nabije vriendin.
De dingdong, gevolgd door mededelingen over hoogte en windsnelheid roept me uit trance. Slechts een fractie, want de genoemde getallen zijn onverstaanbaar en onbegrijpelijk genoeg om moeiteloos terug te glijden in de status-quo van buitensluiting.

Ze zijn zacht aan de ogen, de scheerschuimvlokken der vergetelheid. Dan, ineens breekt de beschermingslaag tussen hemel en aarde open, en geeft zicht op een grijsblauwe ondergrond. Pas met scherpere focus op de lichte rimpeling dringt het langzaam tot me door dat dit niet anders kan zijn dan het wateroppervlak van de Noordzee.
Tientallen windmolens als witte kruizen, zacht draaiend in de wind. De gelijkenis met de uitgestrekte grafvelden voor de onbekende soldaat zijn treffend. Maar deze keer als levenechte hommage aan een zieke vrouw die haar eigen strijd levert, tussen levenslust en stervensmoed.

Hard was de confrontatie met die frêle, fragiele gestalte, die ons tegemoet kwam fietsen. Slingerend en hijgend, maar bergopwaarts! Haar handen met witte knokkels om de rubberen handvaten van het stuur, symbolisch voor de overgave waarmee ze zich vastgrijpt aan het leven. De ogen verstopt achter een donkere bril, het hoofd beschermd onder een fietshelm. Veel minder tegen vallen dan tegen stiekem gluren naar rafelige haren. Alsof blikken zouden kunnen doden!

De chemische strijd is gestreden, nu is een nieuwe periode aangebroken. Die van balanceren tussen hoop en vrees. Die van de wederopbouw. Maar een verstoorde ijzerbalans in het bloed, waardoor vermoeidheid al begint voordat je voldoende hebt ingespannen om moezijn te rechtvaardigen, maakt herstel van fysieke krachten… moeizaam. Zelfs een iron lady raakt dan in de neergaande spiraal. Een aangetaste, want rust roest.

Terug thuis, ben ik gevoelsmatig verder en langer weg geweest dan ooit. De foto’s op het PC-scherm lijken genomen in een totaal andere tijd, maar ze trekken me terug in een verheugende werkelijkheid. Want nu, op afstand, valt het me pas op. In de ogen in het magere, witte gezicht, schijnt het nog: levenslicht!





donderdag 12 mei 2011

De wet van de kleine getallen

Vakantie. Vrijheid. Lekker doen waar je zin in hebt, zonder rekening te houden met tijd. Maar als de uren der ledigheid louter gevuld worden met ijsjes, bier en bruinbakken, worden ze wel erg leeg.
En zo komen we - op de terugweg van een vakantie in Polen - terecht in Buchenwald, concentratiekamp in nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geen nummeréénnotering in de lijst van vrolijke toeristische opstekers, maar voor ons een weloverwogen pas op de plaats in de bosrijke omgeving van het vriendelijke stadje Weimar.

Het is niet alleen de sterk verroeste staat van de letters boven het toegangshek - ‘Jedem das Seine’ - waardoor de zonnige vrijheidsgedachte verdwijnt achter een donkere wolk. Binnen het kamp hangt nog de grimmige sfeer uit de tijden van weleer.
De houten stapelbedden, betonnen vloeren en eindeloze traliehekken laten weinig ruimte voor verbeelding. Datzelfde geldt voor de executieplaats waar ruim tienduizend krijgsgevangenen werden doodgeschoten.

Wandelend door het kamp lees ik teksten over ontberingen, kou en dwangarbeid. Ik zie het minuscule gaatje achter de meetlat in de behandelkamer van de voormalige kamparts, waardoor honderden patiënten in één precisieschot een kopje kleiner werden gemaakt. Zelfs het crematorium staat er nog.

Met in totaal bijna een kwart miljoen gevangenen is Buchenwald een van de grootste concentratiekampen en met ruim 55.000 doden staat het ook in de hoogste regionen der destructiebedrijven. Als in trance gaan die aantallen langs me heen. Alsof ze niet te bevatten zijn. Alsof ik niet voldoende emoties heb om ze tot me te laten doordringen.

Terug in de auto stuiten we op een file. Nota bene zomaar ergens op een landweggetje, onderweg naar de Autobahn. Als er na een uur eindelijk beweging komt in de blikken rij voor ons, zien we twee autowrakken met bijna geheel verdwenen voorkanten. Bij de laatste glimp op de smeulende resten valt-ie me op - op z’n kop midden in het landschap van aardappelruggen - de kinderwagen. De wielen nog draaiend, door de wind.

En het is pas dan dat mijn ogen prikken. Dan pas dat het tot me doordringt, de impact van toekomstdromen, plannen en verwachtingen die in één klap ten einde komen.