Posts tonen met het label dierenasiel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dierenasiel. Alle posts tonen

zondag 29 juni 2014

The man in the mirror



Met alweer dik drie maanden dat onze ouwe rooie ‘passed away’ (zoals de Engelsen dat zoveel mooier zeggen dan wij) was de tijd rijp voor nieuw (poezen)leven in de Hoornse brouwerij. Het dierenasiel leek een goed adres om zo’n wollige viervoeter uit een penibele situatie te bevrijden. Mispoes! ‘We hebben er bijna geen,’ zo meldde de gatekeeper toen ik op een zonnige vrijdagmiddag eens ging informeren. Tegen sluitingstijd, dat wel. Eerder was het werk niet klaar, vandaar. Zonder succes mountainbikede ik rechtsomkeert. Nog wel met een nageschreeuwde tip: dierenasiels.com.

Wat ons lokale asiel te weinig had, had die site teveel. Door de bomen het bos niet meer zien, geldt zeker ook voor katten. Lotjes en Dotjes in allerlei soorten en maten. Zelfs een statig ogende Lord, die volgens de beschrijving een schichtige kater bleek te zijn. What’s in a name?
Met een overdosis aan keuzestress ontsnapte ik even naar dat ándere kanaal waar je de duvel en zijn ouwe moer kunt kopen. En katten! Marktplaats.
Liefde op het eerste gezicht. Een nestje kittens op een Friese boerderij, met eentje met een gezicht om op te vreten. Figuurlijk dan, ik ben vegetariër.
Nosey leek een treffende naam voor het nieuwsgierig aagje met de zwarte neus die we met vier weken gingen bezoeken op een boerderij vlakbij Lemmer.
‘Vanaf 20 juni mogen ze weg,’ had de boerin de achtwekennorm becijferd. En ja… dat ene broertje waarvoor ze nog niemand hadden, was ook meteen onder de pannen. Ik was verkocht.

Een paar dagen voor de Grote Datum haalde ik een doos vol cat milk en juniorbrokjes bij de lokale supermarkt (ja, ik besef heusch wel dat dit allemaal producten van de commercie zijn, maar gun mij ook mijn lol) en haalde vast wat bollen wol uit de breimand. De competitie kon beginnen.
Opnieuw mispoes. ‘Ze zijn weg,’ luidde het korte antwoordmailtje.
Weg? Hoezo weg? ‘Weggelopen, en we hebben geen idee waar ze zijn,’ verduidelijkte een telefoontje. Verdronken in de sloot? Meegenomen door een kattenmepper? Opgegeten door een vos? Fantasie kan lelijk met je aan de loop gaan. Zeker toen ze een paar dagen later nog niet terug waren.

Op Marktplaats stond-ie, de eenjarige zwart-witte kater in Amsterdam die ‘dringend’ een huis nodig had. Zijn nerveuze getatoeëerde eigenaresse was in tranen bij het afscheid, maar ook opgelucht dat haar lieverd een nieuw leven kon beginnen. Het hare voelde chaotisch genoeg om weinig ruimte te hebben voor de verzorging van een dier. Was een posttraumatische stress stoornis misschien iets wat ze deelde met haar kat? Dankzij de database van het asiel waar zij haar kater had opgehaald, weten wij iets meer van zijn geschiedenis. Geboren in de zomer van 2013. Eind van het jaar gevonden in het Loetbos vlakbij Krimpen a/d IJssel. Sterk vermagerd en angstig.
‘Voedselgericht’ was hij opgenomen in het asiel, en een paar maanden later opgehaald door het meisje dat nu ook niet meer voor hem kon zorgen.
De eerste avond lieten we ‘Loetmans’ (zoals wij hem hebben genoemd, met nog een vleugje verleden) in de huiskamer. Toen ik de volgende morgen beneden kwam, was hij nergens te zien.
Zoeken was niet langer nodig bij het zien van de bloempot die uit de vensterbank was gevallen. Er was weinig kattenpsychologie voor nodig om te weten waar hij was: onder de bank. Bang! Hij liet zich er niet onderuit praten. Pas tegen de middag – etenstijd – kwam hij schoorvoetend tevoorschijn. Stapje voor stapje, behoedzaam mijn reacties bestuderend. Bij het opengescheurde etenszakje kwam de spinmotor op gang en dat was het voorzichtige begin van vertrouwen.

Sinds gisteren is hij niet meer alleen. Een kwartiertje na het ‘reserveren’ van Loetmans uit Amsterdam kwam er een bericht van over de Afsluitdijk. Ahoy, kittens terecht!
Het broertje van Nosey is nog in Friesland, drie katten… daar worden de buren niet blij van.
Zelf dartelt zwartneus hier in de rondte. Geboren en getogen in een hondenhuisje in de tuin was hij nooit eerder in een huis geweest, maar hij is wonderwel snel gewend. Behalve aan die grote kater, die blaast en gromt van angst. Zelf kan Nosey er ook wat van. “Je kan mijn rug op” lijkt hij te zeggen met zijn bodylanguage van dikke staart en ferm geblaas.




Allebei zijn ze zwart-wit, dus van discriminatie zouden we niet veel te vrezen moeten hebben. Maar een Amsterdammer en een Fries, dat is een wereld van verschil.
Gisterenavond rond bedtijd liep Nosey klaaglijk rond. Hem beneden in de huiskamer achterlaten, konden we niet over ons hart verkrijgen, want zelfs het zachtste kussentje kan moeder en boertjes en zusjes niet vervangen. Dus… lag hij de hele nacht tussen ons in, op het dekbed. Loetmans op het logeerbed in de kamer ernaast. Pedagogisch verantwoord? Ik ben bang van niet, maar ach, poezen kan je toch niet zoveel leren?



Het werd geen zorgeloos zondagsontbijt dit keer. Twee katten rustig (!) laten eten die elkaar wel én ook weer niet willen zien, dat vergt wat improvisatievermogen. Ik heb er vertrouwen in dat het goed komt. Ook Nosey heeft zijn issues, want denk maar niet dat je zorgeloos door het leven kunt springen als je nog ‘niks’ hebt meegemaakt. Vijanden duiken zomaar op; in de piano, in de computer, in de spiegel. Overal staan van die vervaarlijke brommende monstertjes klaar om zó op hem te springen. Witheet word je daar van. 



Het zal vast niet lang duren voordat hij het doorheeft… als ik nou een beetje aardiger doe tegen die poezen in de spiegel, dan doen ze vast ook veel liever tegen mij.
Is dat eigenlijk niet het geheim van het hele leven?
Zelfreflectie… dat heeft gewoon z’n tijd nodig.



 Samen voetbal kijken, best aardig... maar je wordt er wél doodmoe van!



Katten vind ik eigenlijk het leukst omdat ze zo over je heen lopen.























maandag 1 juli 2013

Vijf kilo gezondheid, in een bontjas



Terugkomen van vakantie is vaak een rare gewaarwording. Zodra je over de drempel stapt, gaat de knop om. De koffers vol vuile was moeten open, de wasmachine moet gevuld. De computer moet aan, want de mailbox moet geleegd. De persoonlijke post moet worden uitgegraven tussen de stapels reclamefolders en kranten met oud nieuws.  

Onkruid in de tuin, spinnenwebben tegen de ramen, dorstige planten in de vensterbank. Zoveel dingen die om aandacht vragen, schrééuwen…even geen idee waar te beginnen. Waarom lukt het niet dat relaxte vakantietempo vast te houden? Waarom moet er zoveel moeten?

Ineens staat hij middenin de huiskamer. Onze ouwe trouwe rooie kater. Thuis gebleven, omdat hij het haat voor twee weken opgesloten te worden achter de tralies van het dierenpensioen. Dankzij de goede zorgen van de buurvrouw, die dagelijks de bakjes brokken komt vullen, kon hij blijven bivakkeren op zijn vertrouwde stek.
Evengoed werden we vroeger bij thuiskomst vaak wat bozig begroet, wat héét: glad genegeerd. Want het was geen manier om hem in de steek te laten, was de niet mis te verstane taal in zijn felle groene ogen, die de eerste dagen vooral langs ons heen staarden. Oprecht contact, dat moet je verdienen. Dat die negeersessies tegenwoordig niet meer als strafmaat worden gehanteerd, is vooral een zaak van eigenbelang. Want ha, nu kan het aaien direct weer beginnen, zodra we thuis zijn.


Nu is-ie terug, die verwijtende blik. Als sfinxachtig standbeeld heeft katermans zich tussen de vakantiekoffers geposteerd. Als de personificatie van beschuldiging blikt hij naar boven. Pas als hij op stille kussenvoetjes een stukje door de kamer sluipt, valt het me op. Hij loopt op drie poten.
Nog diezelfde middag zitten we bij de dierenarts. Een diagnose stellen blijkt lastig. Na wat knijpen en voelen is er nog niets duidelijk. Zelfs het scheren van het zere pootje (oh wat mager, zonder al dat haar) biedt geen soelaas. Even later staan we oog in oog met levensgrote röntgenfoto’s. Het zou een tumor kunnen zijn, maar laten we uitgaan van de minst erge optie - een ontsteking - stelt de dierenarts gerust. Met een doos vol antibioticapillen, een pijnstillend drankje en een luid miauwende kater rijden we terug naar huis. En bijna 200 euro armer, een fikse verhoging van het vakantiebudget.


’s Avonds laat de patiënt zich koesteren op mijn schoot. Al kroelend door de warme vacht, denk ik bijna automatisch aan wat ik ooit las: het aaien van een hond, kat of konijn is stress-, cholesterol- en bloeddrukverlagend. Dat komt door het vrijkomen van het hormoon oxytocine, luidt de wetenschappelijke vertaalslag. Lekker rustgevend, heet het in gewone taal. De droger roept met indringend gepiep, maar ik heb een goed excuus om te blijven zitten. Even structureel werken aan mijn gezondheid, met een snorrend kacheltje op de knieën. Is er een betere manier van ont-moeten? Deze is in ieder geval onbetaalbaar.