Posts tonen met het label frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label frankrijk. Alle posts tonen

maandag 1 juni 2015

De kat of het ei?


Wie kent nog de waarde van etiquette? Vroeger was alles veel simpeler en het leven heerlijk overzichtelijk. Immers, voor iedere zet op het schaakbord dat leven heet, gold een regel. Pardon, etiquette, op z’n Frans. Want uit dat land komt het vandaan, het decorum aan beleefdheidsnormen en omgangsvormen.

Wat ook steevast uit la douce France kwam, was wijn. Is het daarom dat god er zo graag schijnt te vertoeven? Tegenwoordig kan dat de reden niet meer zijn, want met mondialisering en globalisatie komt ons alcoholische druivensap nu zo’n beetje overal vandaan. Daarmee zijn ook de traditiegetrouwe Franse wijnkastelen meer en meer uit de schappen verdwenen. Die chateaux gingen af, en daarmee meteen ook ‘op de fles’.

Kijk vóórdat je gaat drinken vooral eens even naar het plaatje onder de flessenhals. 
‘Het enige wat je weggooit, is de verpakking’ probeerde in de jaren ’70 van de vorige eeuw een reclamestem ons te laten geloven in de twijfelachtige kwaliteit van een brood dat je nog het beste kon gebruiken om er hengelballetjes van te rollen voor bij het vissen. Dat brood was namelijk zo luchtig dat je het als een harmonica kon invouwen. Dat was nou écht gebakken lucht. 
Nee, dan had de Britste popgroep ABC heel wat beter door hoe het werkt. 'You judge book by the cover, and the look of the lover,' zongen ze in ‘The look of love.’
Precies, het oog wil ook wat. Dat hebben de moderne wijnmakers goed in de smiezen. Vrolijkheid alom, nog voor de afdronk.

De Franse vignerons zijn trouwens ook uit een ander vaatje gaan tappen. Vive la France met 'Chat en oeuf' (als humoritische variant op Châteauneuf-du-Pape, letterlijk vertaald het nieuwe kasteel van de paus). De kat of het ei? That’s the (new) question.  Zeker na een glaasje op een heel logische.


Maar... hoe zit het dan met de wijnkwaliteit? Om traditionele critici vóór te zijn, roep ik graag een verhaal uit mijn verleden op. Een vriend raakte zo verbolgen over de strikte eis van zijn schoonmoeder om bij bezoekjes altijd sherry geserveerd te krijgen van exclusief merk, dat hij deze exorbitant dure gewoonte wilde doorbreken. Want van die in zijn ogen verschrikkelijke verspilling kreeg hij het Spaans benauwd. Hij kocht een jerrycan (sherrycan?) voordelige jerez en trechterde die zorgvuldig in de bekende bokaal.
'Heerlijk,' aldus schoonmama. 'Dit verrukkelijke vocht is het geld meer dan waard!'

Sinds die tijd laat ik me zorgeloos leiden door de uitnodigende plaatjes op de fles. Wijn én design, dubbelplezier voor de prijs van één. Ik ben namelijk dol op etiquette. En tuurlijk, ook op wat er in de fles zit.









woensdag 4 juni 2014

De Franse slag, die is zo gek nog niet

‘Nou kan je je mooi uitleven in de tuin en hoef je nooit meer op vakantie!’ Het klonk bijna als ‘lekker puh’, die constatering van een bezoekster in ons nieuwe huis, mét tuin. Het huis is alweer dertien jaar oud, maar mijn ojee&onee zijn nog kersvers voelbaar.



De Duitsers? Die zijn altijd aan het spitten op het strand. Nou, wie een kuil graaft voor een ander… De Engelsen? Die slurpen de hele dag thee, mét melk. Geen wolkje, maar een complete wolkbreuk. De Spanjaarden? Die schuiven alles op de lange baan. Mañana, mañana.

Kijk, dát zijn nou de dingen die je ontdekt als je eens van je luie stoel komt. Vooral dat ze niet kloppen! Je hoeft er niet eens ver voor weg. Kijk naar ons Nederlanders, die zijn er ook in alle soorten en maten. Alleen al de drijfveer waarom ze op vakantie gaan (of eh… niet).
Je hebt er die sleuren hebben en houwen achter zich aan in de pipowagen op wielen, om lekker ergens anders de clown uit te hangen. Maar wel met de eigen potten en pannen bij de hand, liefst ook nog met het vertrouwde uitzicht door het raampje mét gordijntje, zelfgehaakt. Er zijn er ook die zich op Schiphol laten verrassen. ‘We boeken gewoon de eerste de beste last minute’. Met hun (uiteraard lichtgewicht) rugzak trippen ze naar onbekende verten.

Zelf hang ik er zo’n beetje tussenin. Wel het halve huishouden mee, maar graag richting nieuwe horizonnen. Als ‘hoe ouder hoe bezadigder’ de stelregel is, ontwikkelt mijn reisgedrag zich in tegengestelde richting. Vroeger – en ik schaam me er best een beetje voor – maakten manlief (toen nog vriend) en ik een Busreis naar Parijs. Waarom in vredesnaam? Als je je even kwaad maakt achter het stuur, scheur je binnen zes uur zeven rondjes om de Arc de Triomphe. Zeven ja, want je komt bijna niet meer uit de draaicirkel van botsende voitures. Dat probleem had je tenminste niet achterin de bus.

Veel van die trip ben ik vergeten. Vast verdrongen, in een vlaag van identiteitsvervaging, hobbelend in de dubbeldekker tussen al die mensen van de generatie waar ik nú bij hoor, maar met wie ik allang niet meer op reis ga.
Eén souvenir van die trip gaat al de rest van mijn leven mee. Gekregen van de lokale reisleider die bij Porte de la Chapelle, aan de rand van de stad, ineens voorin de bus stond. Met zijn donkere, krullerige bakkebaarden, zwarte pantalon en glimmende schoenen, was hij in mijn ogen dé Fransman ten voeten uit. Op gladde zolen schaatste hij over de glibberige kinderkopjes in Quartier Latin, wij met z’n alleen wankelend achter hem aan. Toch is het niet de personificatie van la douce France die nog dagelijks in mijn memoires rondspookt, maar zijn gedachtegoed. Met een licht vermoeid lachje op de lippen, dat verraadde dat zo’n tripje voor hem niets ‘oh la la’s’ meer had, legde hij iedereen die zweemde naar vragen of klagen het zwijgen op. Met gedecideerd handgebaar en een trefzeker credo: ‘Parijs is een stad voor makkelijke mensen!’

Die woorden zijn zo’n beetje het eerste wat ik in de vakantiekoffer prop. Valt het hotel tegen, stortregent het dagenlang of is het eten niet te pruimen? Dan ben ik weer even op busreis naar de Lichtstad. Er bestaat vast ook geen stereotiepe Franse volksaard, maar zij hebben wel iets bedacht waarvan ik graag mijn deel opeis: joie de vivre.
Er zijn in de wereld vele veldslagen gevoerd (en nog) maar met de Franse slag overwin je alles. Parijs is een stad voor makkelijke mensen. Dat geldt eigenlijk overal.