Posts tonen met het label levensgeluk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levensgeluk. Alle posts tonen

dinsdag 9 oktober 2012

Dood door schuld




Vorige week was ik in een congrescentrum naast het Amsterdamse Centraal Station op een seminar met indrukwekkend thema: ‘Zelfdoding door pestpraktijken op het werk’. De bijeenkomst was bedoeld om vertrouwenspersonen en HRM-managers te doordringen van de ernst van deze zaak.


Het precieze aantal werkgerelateerde suïcides is niet bekend. Bedrijven lopen niet graag te koop met hun scores op dit gebied, bang voor imagoverlies. Een ruwe schatting is er wel: jaarlijks maken tussen de 100 en 250 mensen een einde aan hun leven als gevolg van pesterijen op het werk.

De pauze halverwege was genoeglijk. Koekje, praatje. Op die tiende verdieping stonden we relaxed samen, hoog en droog. Alles kan een mens gelukkig maken; een vers kopje thee.

En toch… uitkijkend over al die daken… kon ik het niet laten het me af te vragen. Hoeveel mensen daar beneden slepen zich met tegenzin naar hun werk, dag in dag uit? Niet omdat ze het zo druk hebben. Hard werken, daar gaat niemand dood aan. Nee, veel meer omdat ze elkaar pesten, manipuleren, chanteren. Elkaar het leven onmogelijk maken!
Het ergste is groepsgedrag. Met z’n allen tegen één; het mikpunt, de pispaal. Altijd iemand die zich niet zo goed verweren kan, iemand die een beetje anders is dan de rest.

Om het nog een graadje erger te maken; het werk is niet de enige slangenkuil. Het schijnt dat ieder jaar zo’n 1600 mensen overgaan tot die laatste drastische daad. Een alarmerend groot getal, vooral als je het omrekent naar het gemiddelde per dag: ruim vier!

Er is geen strafmaat voor zelfmoord. De pleger heeft de hoogst denkbare veroordeling al gekregen: de doodstraf. En de echte ‘daders’? Die gaan meestal vrijuit.

Een column moet je altijd een beetje positief eindigen, anders houden lezers zo’n nare nasmaak. Of haken ze halverwege af. Voor wie er nog is, hier komt de vrolijke switch.
Op weg naar huis in de trein kwam er een jongen naast me zitten, ook al waren bijna alle banken leeg. Hij glimlachte, keek naar mijn telefoon waarmee ik even snel een Sms’je verstuurde en begon een geanimeerd gesprek. Over internet en smartphones en de nieuwste ICT-techniek.
Het kostte moeite zijn spraakwaterval te onderbreken om te vragen hoe hij dit allemaal wist.
Het antwoord kwam met een blije lach: hij was helpdeskmedewerker bij een telecombedrijf.
“Ik geniet ervan mensen te helpen, en ik heb best veel geduld.”
Zijn wat robotachtige manier van praten stuurde me onvermijdelijk in een bepaalde richting.
Mensen met autisme concentreren zich vaak vol vuur op één ding en gáán daar voor. Was hij daarom zo geknipt voor deze baan?

Mijn vraag of het nooit saai werd, pareerde hij met overtuigingskracht en een ontwapenend eerlijk argument. Hij was ‘obsessief compulsief’.
Bij het uitstappen, legde hij kort zijn hand op mijn arm en sprak: “Weet je dat ik nog een talent heb? Ik voel of mensen goed zijn of niet”.
En ... gek of niet... ik was eigenlijk best een beetje trots.

Nawoord:
10 oktober 2012 is de internationale Dag van de Psychische Gezondheid.
Er rust nog steeds een taboe op psychische problemen. Misschien is zo’n dag een mooi moment je te realiseren dat sommige mensen het soms een beetje extra moeilijk hebben. Dat zou meer levensgeluk creëren en... minder levens veel te vroeg eindigen.


woensdag 22 augustus 2012

Zonder geld zijn we allemaal rijk




Het leven kan zo simpel zijn. Waarom zouden mensen zich zo’n beetje het hele jaar ‘in het zweet huns aanschijns’ over de kop moeten werken om twee weken ver van huis in een tentje onder een boom te bivakkeren? Terwijl ze dat eigenlijk het hele jaar kunnen doen. Zolang ze dan ook maar genoegen nemen met dat canvas doek en het plastic matje. Dag in dag uit!



En daar gaat het meteen al mis. Want zelfs bij de meest basale levensbehoeften – zeg maar het fundament van de piramide van Maslow, die zo veelgebezigde beeldende opstapeling van mensenwensen – loopt het al in het 100. Want als je geen geld kan neertellen, komt het dagelijks brood dan wel voor de bakker? En worteltrekken bij de groenteboer? Ook dat gaat niet voor niks.

Ja, voor niks gaat de zon op. Maar als je geen geld hebt voor een zonnebril of smeersels om je huid te beschermen tegen verbranding of nog erger, lijkt er weinig te genieten.
Zelfs de welbewuste wensenlijsten die we maken in een idealistische bui – ‘gelukkig zonder geld’ – geven te denken. Een lekker warm bad als het regent of koud is. Met een goed boek op de bank. Nieuwe mensen leren kennen in een café. Allemaal leuk. Maar wie betaalt water en elektriciteit? Het boek? En niet te vergeten, het gelag? Zoete lieve Gerritje? Ja, m’n neus! Die wil ook weleens wat anders dan zo’n klapperend tentzeil.

Het gekke is, rijkdom is relatief. Straatarm omringd door andere arme sloebers, is er weinig aan de hand. Maar zodra één van hen de financiële kop iets boven het maaiveld uitsteekt, schijnen we ons ineens te realiseren wat we missen en groeit de behoefte aan méér. En de angst voor de toekomst.

Kan het gewoon, relaxed achteroverleunen in het vertrouwen dat ‘het’ allemaal vanzelf goed komt? Of zitten er zulke grote gaten in het vangnet van onze welvaartsstaat dat ze niet meer te dichten zijn? Eh… boeten, heet dat niet zo bij het repareren van netten?
Nou, en dát ben ik eigenlijk niet van plan; boete doen door het bedenken van allerlei doemscenario’s en geloven dat levensgeluk alleen afhangt van stapels biljetten en rammelende munten waar je toch maar je tanden op stuk bijt.
Zonde van de tijd.
En tijd is geld.
En daarmee is de cirkel rond.

‘Zonder geld zijn we allemaal rijk.’ De gedachte dat het zomaar zou kunnen, is eenvoudig onbetaalbaar. Daarin geloven, al is het maar even, geeft een fantastisch fijn gevoel. Helemaal gratis voor niks.
En daarna weer over tot de orde van de dag: aan het werk en vullen die ouwe sok.