zondag 23 februari 2014

Hollen… eh rollen naar de eindstreep



Rijden, rijden in een wagentje,
oh, wat is het leven fijn.
Want ja, voor zelf lopen,
ben je nog een beetje klein.

Dan je eerste pasjes leren.
Voor de mensheid niet bijzonder,
maar voor jou een superstap.
Op je eigen benen balanceren,
wat een wonder!
En je klimt al zelf de trap.

De wereld, die ligt voor je open,
en je bent niet eens verbaasd.
Want wie eenmaal zelf kan lopen,
krijgt ineens gigantisch haast.




Bergen, dalen, vergezichten
fietsen tegen sterke wind
volle tassen aan het stuur
voor- en achterop een kind
geen moeheid en geen slijten
met grijze haren naar die steile top
ook al moet je jezelf verbijten
energie kan toch niet op?

Altijd en eeuwig in the run,
en wat is het snel gegaan.
Time flies when you’re having fun
nooit tijd om daarbij stil te staan.

Het tempo houdt je in de greep.
Passen op de plaats zijn pas voor later.
Maar hollend naar de eindstreep?
Dat wordt misschien wel de rollator.




Relaxed rollen, dat is vlug genoeg.
Tijd om te genieten van wat er is geweest.
Rennend bereik je het einde veel te vroeg,
tot de finale hopelijk nog wel jong van geest.

Regelmatig raken we verrast,
leven loopt vaak anders dan we dachten.
Maar één ding dat staat vast:
de finish? Die mag nog even wachten!









woensdag 22 januari 2014

Wijzer met tijd


Tijd is tijd. Had je gedacht! Na hoogte, breedte en lengte wordt tijd wel beschouwd als de vierde dimensie, maar wel eentje met rek. Tijd kan krimpen en uitrekken, afhankelijk van hoe je ermee omgaat.


Tijd is tijd. Die les is er in mijn jonge jaren stevig in gehamerd. Als baby bleek ik een vlotte babbelaar, al in de box brabbelde ik mijn eerste woordjes. De aanvankelijke vreugde van mijn ouders was snel verstomd toen dat praten niet meer overging. En ze vonden dat ik zelf ook maar wat stiller moest worden. Regelmatig werd ik tot zwijgen gemaand, en ik mocht pas weer praten als ‘de wijzer van de klok boven zou staan’. (hopelijk zeiden ze dat niet 5 over heel). Het duurde úúren, dat ritmisch tikken van de tijd, net als het staren naar de schokjes waarmee de wijzer zijn eindeloze ronde maakte. Een kind raakt daardoor van slag.

Maar… een vrouw van de klok. Als het klopt dat in je jeugd de basis wordt gelegd voor je persoonlijkheid, komt het vast door dat turen naar de uren dat ik meestal stipt op tijd ben. Bijna. Of is dat gewoon een Hollands trekje, niet mañana maar nu?
Edoch, wat ís dat nu eigenlijk, tijd? Ja, 60 seconden per minuut, 60 minuten in een uur, 24 uren in een etmaal. Maar is that all there is?
Nu moet ik op mijn tellen passen, want tijd is een rekbaar begrip. Wetenschappelijk bewezen! Door Einstein met z’n relativiteitstheorie. Dat zal best kloppen. Met iemand die zoveel wijzer is ga ik de strijd niet aan. En toch…



Iets praktischer duidelijk werd het toen ik ging mailen met een vriendin in Nieuw-Zeeland. Vanuit mijn perspectief leeft zij letterlijk op z’n kop. Als ik aan mijn 11uur-kopje koffie zit, kruipt zij net in bed. Eigenlijk lijkt het net alsof zij altijd slaapt. Maar ja, wie weet denkt zij dat ook van mij? Het is maar net van welke kant je het bekijkt.

Op mijn speurtocht naar meer begrip over tijd stuitte ik op spannende, maar niet altijd begrijpelijke, verhalen over zwarte gaten ergens in de ruimte. Als je daar doorheen zou zweven, reisde je duizenden jaren voorwaarts of – met hetzelfde gemak – terug in de tijd.
Zo hoogdravend hoeft het allemaal niet. Tussen de rekken van de bieb - rennend, want ik heb weinig tijd - viel mijn oog vorige week op een titel die me trok als een magneet. “Tijd maken”.
Wat Steve Taylor schrijft is niet eens écht nieuw (“de tijd vliegt als we het naar onze zin hebben, en gaat in slow motion als we ons vervelen.” Ja duh, time flies when you’re having fun!), maar de achterliggende theorie? Die klinkt als eh, een klok!



Het gaat niet om de tijd an sich, maar om onze perceptie (beleving) van tijd. Die kunnen we veranderen. Door een interessant leven te leiden met veel nieuwe ervaringen stop je veel meer tijd in je tijd. 
Als de buren op vakantie zijn en ik nog maar nét gewend ben aan mijn dagelijkse ritueel om hun konijn een worteltje te brengen, komen ze alweer terug. Was dat nou de moeite?
Ja, want voor hun idee ligt er tussen de straat uitrijden met piepende wielen onder een volgeladen achterbak en de terugkeer met wapperende haren en een rieten strohoed een wereld van verschil.
Voor mij stond de tijd zo’n beetje stil, voor hen is die uiteen geschoven als harmonica.

Mooi toch, hoe je de psychologische beleving van tijd kan beïnvloeden door ergens intensief in op te gaan of nieuwe, verrassende belevenissen mee te maken? Zo kan iemand die sterft op zijn 35ste wel meer geleefd hebben dan iemand van 80.

Eerlijk is eerlijk, eigenlijk wisten we dat allang. Maar het is soms goed om daar nog eens bij stil te staan. En daarom citeer ik die ouwe wijsheid van lang geleden:


“De tijd gaat snel, gebruik haar wel.”




Boek: Tijd maken, door Steve Taylor (uitgeverij Ankh Hermes)




dinsdag 21 januari 2014

Gelukswater



Hopelijk heeft iedereen 'de meeste depressieve dag van het jaar' (Blue Monday) goed doorstaan? Ups en downs blijven er, het hele jaar door. Maar vandaag misschien... Red Tuesday? ; - )



Is een mens echt half gemaakt van water?
Meestal kan je daar toch niets van zien.
Maar bij tegenwind klinkt er soms geklater,
en stroomt het weleens over bovendien.

Loopt er een beekje diep van binnen?
Lieflijk kabbelend langs een groene wei?
Zo mooi, dat kan je toch alleen verzinnen,
Want… wie is er altijd alle dagen blij?

Soms kan het binnen keihard klotsen,
en sla je haast te pletter op de kant.
Nog beter dan de pijn van scherpe schotsen,
geen verschil meer voelen tussen ijs en land.

Als het water oeverloos gaat stijgen,
en je in woeste golven wordt meegesleurd.
Verdrinkingsdood lijkt levensecht te dreigen,
zeeziek van angst dat dit ook echt gebeurt.

Maar dan ineens, de storm waait over,
je vindt weer koers op het kompas.
Zo voelt het bijna als getover,
opnieuw balans, of heet dat … waterpas?

Levenswater, dat blijft altijd grillig
diepe grotten, stalactieten aan het dak.
De ene keer relaxed en zo gewillig,
go with the flow, op je gemak.

De andere keer verdwaal je in spelonken,
is het kil en donker om je heen.
Maar de echo heeft nooit zo mooi geklonken,
als in die kille akoestiek van steen.

Bij hoog water gaan de sluizen open,
dikke druppels uit het meer van verdriet.
Op betere tijding kan ik alleen maar hopen,
maar voor even voel ik me een soort vergiet.

Soms koppie onder in de waterval,
maar wel geschrobd en schoon gespoeld,
lukt het toch weer te klimmen uit het dal.
‘k Heb me nog nooit zo goed gevoeld!

De beste golfbeweging van het leven,
blik op geluk in plaats van pech?
Is dat niet iets om naar te streven?

Waar een wil is, is een waterweg.


Als de H mag staan voor Happy wordt H2o een geluksformule.

dinsdag 7 januari 2014

Gelukkig & gezond gaat niet altijd over rozen


De kop is eraf. Het nieuwe jaar is al niet echt nieuw meer. Nog een paar dagen kunnen we het elkaar toewensen, liefst met stralende lach: veel geluk in 2014. Oja, en een goede gezondheid. Dat laatste wordt er zo’n beetje bijgemoffeld, want eigenlijk is dat toch vanzelfsprekend?

De meeste mensen onderschatten de waarde van hun gezondheid. Ze komen er pas achter als ze die al aan het verliezen zijn. Die tekst riekt naar moraliserende woorden, een wijsheid op een tegeltje. Maar daarom niet minder waar.
Op de grens van oud naar nieuw, precies in de periode waarin we het elkaar zo spontaan uit de losse pols toeroepen, “gelukkig en gezond nieuw jaar” was er – nog vóór het vroege oliebollen haleneen onverwachtse wending aan de dag. Mijn echtgenoot, zo gezond als een vis, stond op met pijn in de borststreek. Met een vader die ooit overleden is aan een hartkwaal, is dat niet fijn.

Na een telefoontje met de huisarts kwam alles in een stroomversnelling. Tien minuten later zat ik in de wachtkamer, manlief in de spreekkamer. Een kwartier later was die situatie onveranderd. Waarom duurde het zo lang? Er was vast iets ergs aan de hand. Het was dokter himself die me opschrikte uit mijn gepieker. Of ik ook even wilde komen. Ik moest niet schrikken, want  … daar lag mijn echtgenoot, gevloerd en met een grijzige gloed over zijn gezicht.
“Ik heb hem een spray gegeven onder de tong,” haastte de medicus me met informatie te kalmeren. “Om zijn bloedvaten te verwijden, om te checken of echt iets mis is met zijn hart. Maar ja, iemand met een toch al lage bloeddruk als uw man, kan daarvan flauwvallen.”

Met een korte sprong door tijd en ruimte bevonden we een klein half uur later aan de balie van de spoedeisende harthulp. “Met de lift naar boven graag,” maande de receptioniste. Dit was duidelijk serious stuff, niet even een sprintje op de trap. “Vraagt u op de vierde verdieping maar naar…”
De naam van de verpleegkundige die ons zou opvangen, herinner ik me nog dankzij de opmerking van de goedlachse man in het groene kostuum die net vanuit de klapdeuren tevoorschijn kwam. Een cardioloog?
“Kan ik u helpen?”
“Wij zoeken Sandra.”
“Haha, nou die staat daar al op u te wachten. Hebt u toch wel rozen meegenomen?”
Die lollige verwijzing naar het stokoude lied van – was het Ronnie Tober – stelde alles even in een ander licht.

Even, want zodra je man in een van de ziekenhuisbedden ligt, omhuld door zo’n wit gordijn aan een roe, met talloze plakkertjes aangesloten op een monitor die de hartslag registreert, lijkt alles toch weer bloedserieus. In de roes van ECG-hartfilmpje en bloedonderzoek verdampten en bevroren de minuten tegelijkertijd. Tijdens de röntgenfoto (“We nemen uw man even mee in de rolstoel”) vielen ze me pas op, de ambulancebroeders en -zusters die in en uit renden in dit zenuwcentrum van het ziekenhuis. Aan de andere kant van het witte gordijn maakte een oudere patiënt (incontinent? Of gewoonweg bang?) zijn bed nat. Snel en efficiënt werd hij verschoond, de man er nog in. In die hectiek bleef Sandra de rots in de branding, voor zo’n beetje iedereen.

Halverwege de middag bracht ze de primeur van het verlossende woord: geen afschrikwekkende afwijking geconstateerd en mijn man mocht naar huis. Ze leek net zo blij als wij en vond zelfs tijd voor nazwaaien. Met een ommetje langs de bakker werd het toch nog de jaarwisseling thuis, mét oliebollen.

Schril is het contrast met de kaart die arriveert na het vuurwerk, tussen de laatste kerst- en nieuwjaarswensen. Afkomstig van vrienden. Hun zoon was niet meer.
“Zijn leven was klaar, op zijn eigen tijd” meldt de licht mysterieuze omschrijving.
Zwaar is de harde werkelijkheid; in de ‘gesloten’ inrichting was hij erin geslaagd een opening te vinden: een dakraam (gek dat ze zulke dingen ‘lichtkoepels’ noemen) en de trieste werkelijkheid laat zich raden.
Over een paar dagen is de crematie.
“Onze zoon hield van bloemen.”

Met de kaart in mijn hand denk ik nog even aan Sandra. We hebben haar niet eens rozen gebracht. 


maandag 6 januari 2014

Met wifi in de wolken

Net zoals je niet ineens een fantastisch pianist bent als je maar een dure, glimmende vleugel koopt, heb je ook niet automatisch alle mogelijkheden van mobiele communicatie in de greep. Zo op het eerste gezicht lijkt de parallel vast ver te zoeken. Dat snap ik. Maar als ik vertel dat het er eindelijk van is gekomen, de aanschaf van mijn nieuwe mobiel, dan kan ik er meteen bij vermelden dat er aanvankelijk weinig muziek in zat. Ik wist niet eens hoe ik mijn nieuwe SIM-kaartje moest activeren. 



Goede raad bleek gelukkig niet al te duur. Een vriend met technisch vernuft wilde me ‘best even helpen’. Dat even werd langer dan gedacht, want zo simpel bleek het allemaal niet. Dus dáárom heet zo'n ding een smart-phone. Op allerhande locaties in de virtuele wereld die internet heet, moest ik persoonlijke informatie prijsgeven. Pas daarna gaf een mysterieuze grootheid de beloning: de opname van mijn Sony in de virtuele wereld. En dat niet alléén. “Moet je kijken hoe handig,” toonde mijn redder in technologische nood. Met brede lach toverde hij foto’s op het gloednieuwe scherm van mijn telefoon die ik er nooit in had gezet. Mijn verbazing vond hij ‘erg grappig’, want die foto’s stonden allemaal in zo’n Picasa-album en waren zichtbaar via een simpel linkje. Overal waar maar internet was. 

Nog een verbaasmoment was de extra app die op mijn telefoon werd geïnstalleerd; mocht die ooit gestolen worden, zou er automatisch een foto van de dief wordengemaakt. 
Wààt? Werd die foto dan ook direct doorgemaild naar het politiebureau? 
Dat nog nét niet, maar – zo showde de vriend een landkaart op zijn PC – “er is wel altijd precies te zien waar je mobiel zich bevindt.” 
Het bleef nog lang onrustig in mijn hoofd, want hoe kan je je veilig voelen als je halve doopceel daar ergens boven in de wolken hangt? En altijd zichtbaar is wat de locatie is van mijn telefoon, en dus ook van mij. Hoezo privacy?  

Nog erger was dat ik zelf de volgende morgen op de computer geen toegang meer had tot mijn eigen informatie. Ik had mezelf nog wel zo ICT-handig gevonden bij het aanmaken van zo’n account voor het delen van documenten - Dropbox - maar nu was die ‘snoeppot’ ineens eng leeg. Waar was alles gebleven? Zoeken op YouTube naar een oplossing lukte totdat…ik het instructiefilmpje wilde afspelen. Ook dat ging niet meer. Het scherm schoot onverbiddelijk op zwart. Wat nou, simpel ‘sharen’ via een link? Pislink zal je bedoelen! Ik voelde me boos, gefrustreerd, oud, en vooral heel erg ‘out’. 

Met ‘a little help from my friend’ en een vleugje TeamViewer (een programma om met een wachtwoord in iemands computer te kunnen kijken) werd het probleem vanaf afstand professioneel verholpen. Wederom met een hele riedel persoonlijke gegevens. 
Het gaf me een wat onbestemd gevoel in de maagstreek. Had ik nu zelf nog wel de controle over wat ik waar aan wie laat zien? Toegegeven, voor wat hoort wat. Wie graag gebruik maakt van het moderne genot, moet niet te moeilijk doen. Maar toch…het was griezelig duidelijk, het sprookje ‘1984’ van George Orwell is écht. ‘Big Brother is watching you’! Wie goed naar het Google-logo kijkt, ziet het eigenlijk al. Twee scherpe ogen die alles in de gaten houden. 
Eén voordeel, het wordt vast niet saai, later, na onze dood. Met al die overload aan informatie is daarboven ‘in the clouds’ heel wat te beleven. Hopelijk hebben ze wifi in de wolken, want natuurlijk willen we ook van tijd tot tijd een live update right from earth. Pardon, Google Earth. Alleen ben ik bang dat ik het allemaal weer niet begrijp. Eigenlijk weet ik nu al hoe mijn wolkje eruit zal zien…



donderdag 12 december 2013

Geluk? Dat is een kersenbonbon... en dan vooral het papiertje.

’t Is weer de tijd van ‘prettige kerstdagen en gelukkig nieuw jaar’. Los geschreven, die laatste twee woorden, anders betreft het alleen die ene dag: 1 januari. En geluk, daar kan je niet genoeg van krijgen. Maar, nog belangrijker, wat máákt nou eigenlijk ons geluk? Een subtiel tinkelend parelsnoer, romantisch verstopt in een wijnglas? Tien kilo afvallen? Of liggen winst en verlies heel anders? Het einde van het jaar is een mooie gelegenheid om de balans op te maken.



De boekhoudster die vroeger op kantoor tegenover me zat, deed het met een verbeten blik in haar ogen. Debet en credit vergelijken, in die tijd nog met het ratelende achtergrondgeluid van de rekenmachine met papierrol. Zelf heb ik weinig met cijfers. Vooral die ‘13’ van het huidige jaar klonk een beetje naar ongeluk. Toch slingerde ik ook eind 2012 braaf en vooral traditiegetrouw mijn goede wensen de wereld in. Geluk en gezondheid. De goden verzoeken? Of het geluk een handje helpen?

Het is mijn dochter die me soms prikkelt tot filosofische bespiegelingen met verrassende wending. Deze keer vroeg ze me naar mijn tien gelukkigste momenten van het afgelopen jaar. Poeh, da’s lastig. Omdat ze er niet waren? Misschien wel juist omdat ik niet kan kiezen.
Zelf doet ze het in haar dagboek, de balans opmaken. Maar dit jaar even niet. Te druk. Met het vastleggen van een terugblik op tien hoogtepunten bewaart ze haar herinnering aan 2013.
Nu ik nog. Tien! Tsja… ze zouden eigenlijk allemaal spontaan moeten komen bovendrijven. In de praktijk vergt het even nadenken, want ik wil natuurlijk wel de goeie dingen de eer gunnen. Niet zomaar iets simpels dat ‘wel okay’ was. Hoewel? Eigenlijk zijn het juist die dingen die het meest bijdragen aan geluksgevoel. Zulke momenten kunnen grijpen (en liefst ook eventjes vasthouden), volgens mij is dát geluk. Even spieken in het fotoalbum mag toch wel?




Het begon meteen goed, 1 januari 2013, met een vroege strandwandeling. Terwijl bijna overal de gordijnen nog gesloten waren, lieten wij de oliebollen en de bruiswijn van ons af waaien aan de schuimende golven in Sint Maartenzee. Door de schittering van de zon op de zandkristallen vlakte leek het even een fata morgana, maar de strandtent (die normaal gesproken toch afgebroken worden in de winter?) stond er echt. Nog open ook. En daar, naast onze koker van huis meegebrachte kindervuurpijlen – oudejaarsnacht ongebruikt vanwege de regen - en het schoolbord dat aangaf wat de pot schafte – erwtensoep met worst – stond het eerste bosje tulpen. Geluksmoment één: de lente hing alweer in de lucht.



Eind van de maand stond ik sinds lang weer eens op het ijs. Dankzij een dierbare buitenlandse vriend, die het schaatsen niet in de genen, laat staan in de benen had, maar het graag wilde leren. Terwijl ik de slag langzaamaan weer te pakken kreeg, voelde hij zich niets te groot voor oefenen achter een stoel, en later met nordic walking sticks. Toen ik me allang, moe en koud, achter de amaryllissen in de vensterbank had teruggetrokken, showde hij spontaan de kracht van de jeugd en schaatste tot aan het donker voor het vaderland weg. Geluk is soms even synoniem met trots.


In Holland staat een huis! Verre architectuurreizen zijn niet per se nodig. Zomaar, op één minuut lopen van station Zaandam, staat een ‘stapelpaleis’; de toren van Babylon gemaakt van huisjes die in de Zaanse Schans niet zouden misstaan. Een stadhuis met een kwinkslag. En dat mijn dochter en ik nog één minuutje verder de grootste Primark van Nederland zagen... dat was natuurlijk toeval.




De kat de bel aan binden is vast niet erger dan de kat een kap opzetten. Een oogoperatie was al iets onbegrijpelijk vervelends voor onze oude rooie kater. Maar dat hij daarna wekenlang 'gekapt' door het leven moest,  – niet naar buiten, niet lekker slapen, niet goed kunnen eten en, misschien wel het ergste, jezelf niet kunnen wassen – maakte dat leven een stuk minder leuk. De spinmotor draaide direct op volle toeren zodra het eindelijk af mocht.


Bange schapen? Dit tweetal kende geen angst. Op de dijk van Edam naar Hoorn sabbelden ze enthousiast aan mijn vingers, ieder aan een 'eigen' hand. Discriminatie kenden ze ook niet. Zwart en wit hadden ze allebei.


Islamdreiging? Angst voor Iran? Met Fatemeh uit Teheran op een mooie lentedag aan de Utrechtse Oude Gracht is misschien geluk op kleine schaal, maar om ‘vredeskunst’ in praktijk te brengen, moet je toch ergens beginnen?


Als je een lentefietstocht plant, reken je stiekem op zon en wind in de rug. Het enige blauw tijdens de eerste dag van Hoorn naar Joure was van de ‘flapperjassen’ die ons moesten beschermen tegen de hoosbui. Het vermogen om te blijven lachen, dát kunnen delen is geluk. Dan heb je zelfs nog energie over voor capriolen op de brug. In Sloten. Maar daar was het wel droog!



Iedereen kent vast de tv-beelden, gooi- en smijtwerk in Belfast, en dan niet voor de lol. Pas als je oog in oog met een van de vele hekken staat, die Katholiek en Protestant van elkaar moeten scheiden, voel je de dreiging. Was het daarom dat de vrolijke ‘home made’ chocoladecakejes op de overdekte markt in Belfast zo’n zoete aantrekkingskracht hadden? Geluk, dat is een calorieënbom!


Of is geluk vrijheid-blijheid? Op 5 mei offerden mijn dochter en ik (háár idee) onze vrije uurtjes op voor rennen met waterkannen, soepborden, juskommen, groenteschalen, vlees en vis, aardbeienbavarois. Bevrijdingsmaaltijd met een vleugje koningslied voor mensen die 'de oorlog nog hebben meegemaakt'.



Zoekt en gij zult vinden? Welnee, geluk, daar loop je soms zomaar tegenaan. Beetje te vroeg voor een vergadering (met de NS weet je het tenslotte maar nooit) is tijd doden zo moeilijk niet. Want daar hangt-ie ineens, dé jurk. Het leer is nep, maar het model is raak. En dat voor de helft van de prijs. Geluk, dat is inpakken en blij wezen!




De nieuwe wildernis? Die komt soms zomaar aan de achtertuin voorbij varen op de dag dat het lang broedende zwanenechtpaar met trots hun vijftal komt showen. Geluk hoeft niet altijd in kleur, soms is grijs mooi genoeg.





Elk nadeel heeft zijn voordeel. Niet kunnen tellen, dat betekent vooral dat je je nergens 'te oud' voor voelt. En hoe fijn als het na al die jaren nog lukt, hoepelen!


Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is de gelukkigste van het land? Geluksmomenten komen soms stap voor stap. Tientallen kilometers 'walking-talking' met je dochter, dat is bijpraten op de leukste manier.


Geluk, dat is vertrouwen. Om wat extra steun te geven aan de gedetineerde die ik twee keer per maand bezoek in de gevangenis, ga ik naar het Amsterdamse Paleis van Justitie voor zijn Hoger Beroep. Zijn volledige strafblad klinkt heel anders in de juridische taal dan de woorden die hij me heeft toevertrouwd. Maar de inhoud is identiek!


Gekkigheid kent geen tijd. Een kapotte wasdroger, da's lastig. Maar poseren met de afvoerslang om je nek als Oudhollandse meester zet alles even in een ander perspectief.

Nooit brand ik een kaarsje in de kerk, behalve die ene keer, in een eeuwenoude, ondergrondse kerk in Rome. De middag waarop mijn vader stierf. Al jarenlang had ik hem ('wegens omstandigheden') niet meer kunnen zien. Pas achteraf bleek dat zijn ziel was weggevlogen, precies op het moment dat mijn kaarslichtje hem kon verwarmen op zijn eenzame reis. Telepathie? Of simpelweg... geluk?


De grote bos lelies, die zie ik als eerste als ik sta te wachten voor het station om een hechte vriend van de trein te halen. Twee dagen na de begrafenis van mijn vader, waar ik niet bij mocht zijn, zitten hij en ik even later tegenover elkaar aan tafel, zijn troostbloemen naast ons in de vaas. Bij zijn leven had mijn vader problemen met ons contact, maar ik voel dat hij nu - eindelijk - kan zien én begrijpen, hoe gelukkig ik ben met deze band.




Geluk, dat is soms even de ogen sluiten voor de Regels. Precies op de eerste verjaardag van zijn dochtertje valt een van de bezoekdagen aan 'mijn' gedetineerde. Detectiepoortjes piepen gelukkig niet voor wol, en dat maakt het mogelijk een cadeautje mee naar binnen te smokkelen. In het bespreekkamertje komt mijn 'overtreding' uit de mouw, een zelfgebreide aardbeienmuts.




Is geluk een luchtkasteel? Als je jong bent, kan alles. Zelfs luchtkastelen worden waar. Eventjes voel ik me weer kind als een vriendin me het geheim van een basisschool laat zien. Het Kasteel van Doornroosje staat daar zomaar op het speelplein. Zie je wel, sprookjes bestaan!


Alles is te koop, maar soms ligt het gratis voor het grijpen.



Geluk met geen pen te beschrijven? Reken maar dat het lukt, na het vinden van de mooiste wol, kleurig en zacht, in dat piepkleine breiwinkeltje in een achterstraatje in Deventer. Geluk, dat is insteken, omslaan, doorhalen en... doorgaan!




Leiden in last én lol, aan dat ene tafeltje waar we elkaar sinds lange tijd weer eens live ontmoeten, zo mooi tussen onze woonplaatsen in. We mogen dan niet meer dicht bij elkaar wonen, gevoelsmatig blijken we niet erg uit elkaar gegroeid, de vriendin die ik al ken van de eerste klas basisschool en ik. Qua vorm lijken de cadeautjes waarmee we elkaar verrassen niet echt op elkaar, maar de boodschap op haar kerstbal voor mij en mijn metalen wandbordje voor haar is identiek: geluk, dat is 'good old friends'.


Zelfs ná de sint kan strooigoed gelukkig maken. Zolang er maar pepermolens zijn! Wat doe je als je net lekker zit te lunchen met je man en in één handomdraai ligt de tafel vol met rode, zwarte, gele korrels? Foto's maken! Goed geluk, dat is gekruid met het vermogen om te lachen. Vooral om je eigen stommiteiten.


Ogenschijnlijk een verzoekje met weinig diepgang. "Wil jij even wat foto's van me maken voor het digitale lijstje dat we mijn ouders willen geven voor hun 60-jarig huwelijk?" Wél bijzonder als het gaat om een onzekere vriend voor wie het leven vaak erg zwaar weegt. Voor de lens komt hij los, en geluk blijkt zo simpel als groeiend zelfvertrouwen, achter die donkere bril.



In vogelvlucht mijn terugblik op geluk, in dat ene jaar met '13'. Geen parels en paleizen. Ja, hooguit een luchtkasteel. Zelfs bij de tegeltjeswijsheden is er geen goed doortimmerde Gelukformule te vinden, het blijft dus waarschijnlijk een beetje een kwestie van gevoel. Het mijne zegt dat het vooral gaat om kleine dingen, en om het vermogen om pijn en verdriet een draai te geven naar een positiever perspectief. Tuurlijk, dat gaat niet zonder slag of stoot, daar is heel wat (wils)kracht voor nodig. Maar soms is een beetje onvermogen ook best handig. Kijk naar mij, zie je wel, ik kan niet tellen. Maar zo kom ik wél mooi uit op een rijtje van 25 geluksmomenten in plaats van tien! Eigenlijk zijn het er nog veel meer. Bovendien is het jaar nog niet om, dus wie weet wat er nog bij komt. Maar een mens moet maat weten te houden.

Is het daarom dat ik zo gelukkig ben met het boek dat ik gisteren - getipt door een vriendin - zomaar voor het grijpen zag in de rekken van de bieb? 
Groots en Meeslepend leven. 
    http://bit.ly/19jt3nZ


Vanavond ga ik erin beginnen, kopje thee erbij, met een kersenbonbon. Nee, niet omdat dat ik die nou zo verschrikkelijk lekker vind. Het gaat meer om het papiertje eromheen. Als je daardoor kijkt, ziet de wereld er heel anders uit. 


Tot slot wens ik iedereen voor 2014 een terugblik aan het einde met deze zin: 


En omdat muziek daarbij zo vaak de toon zet, hierbij een vrolijke noot.


PS
Best leuk, de balans opmaken. Met plezier heb ik mijn geluksmomenten op een rijtje gezet. En nu ben ik eerlijk gezegd heel benieuwd naar die van anderen. 
Wie wil er eentje delen? Of - liefst - meer? ; - )








woensdag 4 december 2013

Borstenbus


Je bent pas oud als je… naar de bus moet! Nee, niet zo bijziend dat je niet meer kan autorijden. Of zo stijf dat je je been niet meer over de stang van je mountainbike kan krijgen. Ik bedoel een heel ander vehikel. Die tweejaarlijks terugkerende sta-in-de-weg op de parkeerplaats in het centrum. De bus waar je naar binnen gaat en geen idee hebt wat je eindbestemming zal zijn. Of zelfs: of je nog wel een route te gaan hebt, of bent terechtgekomen op het doodlopend spoor.



Jarenlang fietste ik er in sneltreinvaart voorbij. De bus van het landelijke bevolkingsonderzoek borstkanker, ofwel de borstenbus. Nog te jong voor een uitnodiging op de mat. De verhalen van vriendinnen die me voorgingen, klonken verre van uitnodigend. Met een gruwel die niet zou misstaan in de van angstzweet gedrenkte entourage van de wachtkamer van de lokaal zo gevreesde kaakchirurg – ook wel bekend als ‘de slager’ – werd een schets gegeven van een soort martelpartij die zijn gelijke nauwelijks kent.

“Als mannen zekere delen van zichzelf hadden moeten laten onderzoeken, hoefden ze vast niet in de ‘waswringer’,” oppert een vriendin met een grimmige trek om haar mond. “Reken maar dat er dan een heel wat klantvriendelijker oplossing bedacht werd.”
“Tsja, bij jou zal het wel extra lastig zijn,” filosofeert een tweede, wat schimmig starend naar mijn magere cup A. “Jij hebt bijna niks, dus dat wordt ver uitrekken.”
Met boermetkiespijnhumor zocht ik emotioneel houvast aan een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Zodra die vermaledijde bus weer opdoemt in het straatbeeld, is het lachen me vergaan. Binnenstappen tussen die schuifdeuren door voelt vast een beetje als de opkomst van een bloednerveuze kandidaat in zo’n ouderwetse zaterdagavondquiz, alleen dan zonder kans op de koelkast. De plastic klapstoeltjes in het voorportaal zitten vol, en er wordt druk gepraat over van alles en nog wat. Afleidingsmanoeuvre pur sang. Mijn interesse gaat meer uit naar de blik van de vrouwen die weer tevoorschijn komen. Ogenschijnlijk ongeschonden.  

Kort nadat het mijn beurt is om in een van de drie pashokjes te verdwijnen, wordt de deur aan de andere kant geopend.
“Even het apparaat op de goede hoogte instellen,” articuleert de vrouw die mijn borstbeeld gaat vastleggen. Haar welwillende meewarigheid is vast lief bedoeld, maar maakt me eigenlijk extra nerveus, want kennelijk IS het dus erg? In die slordige vijf, hooguit zeven minuten foto’s maken, gaan mijn gedachten uit naar de vriendinnen die met minder mooie berichten geconfronteerd werden. En ook naar degenen die twee weken in de stress hebben geleefd vanwege ‘loos alarm’. En dan ineens… klaar.

Zoals met veel dingen in het leven waar je verschrikkelijk tegenop ziet, kan het bijna alleen maar meevallen. Na afloop trakteren een vriendin (die vlak voor me aan de beurt was) en ik onszelf op koffie met appeltaart. Met slagroom. Verdiend! Ik voel me stoerder dan ooit.

En dan, ver vóór de voorspelde termijn van twee weken, ligt daar dé brief op de mat. Half verstopt onder ‘Kracht’, het kwartaalblad van KWF Kankerbestrijding. Is dat een slecht voorteken? Dat kan toch geen toeval zijn? Met de lafheid van een struisvogelpoliticus schuif ik de enveloppe onder mijn bureaubeschermer. In de nacht spoken de ergste scenario’s door mijn hoofd. Overdag zijn het juist de praktische dingen die me afleiden van het onderwerp, of… juist niet.
Hoeveel tijd ben ik kwijt bij slecht bericht? Voel ik pijn links? Maar borstkanker doet toch helemaal geen pijn? Zo’n tumor komt als sluipwesp. Als een soort ‘pacman’ die je gezonde cellen verslindt.
Als dat het geval zou zijn, dan moet het proces gestopt worden, zo snel mogelijk. Nee, nog één nachtje slapen. Nog even niet. Alsof er ooit wel een goed moment bestaat om ziek te worden. En hé hypochonder, wie weet is er niets aan de hand!

Hoe lang kan je jezelf aan het lijntje houden? Tot het moment dat nieuwsgierigheid ontaardt in een vleugje dapperheid? Totdat mensen in de omgeving gaan vragen. Mijn dochter, een vriendin.
Ineens moest ik het weten. Zonder verder nadenken, met één ritsrats van mijn pink heb ik vanavond de enveloppe opengescheurd. En daar staat het…
“We hebben op de röntgenfoto’s géén aanwijzingen gevonden voor borstkanker.” Het woordje ‘geen’ in vet. Vier letters van verlossing, die het grote verschil maken.




Je weet nooit waar de finish van je leven ligt, maar deze actuele zekerheid van veiligheid legt gevoelsmatig even de hele wereld open. In gedachten wens ik veel, heel veel moed aan al diegenen die een ander bericht hebben gekregen en wel de moeilijke route moeten gaan. Hopelijk is die ‘busstop’ alleen een tijdelijke omweg met toch nog een eindstreep ver in het verschiet. 




Lintje voor Yvonne Graaf die me stimuleerde naar de bus te gaan. 
Een goeie push(up), maar dan anders ;- )