donderdag 25 oktober 2012

To be or not to be? Out of the question!



Vroeger. Toen was er nog een duidelijke scheidslijn tussen wat normaal was en wat niet.
Wie veelvuldig in zichzelf liep te praten, had last van stemmen in het hoofd. Dat betekende handen op de rug, weggebracht en opgesloten worden, spanlakens, koude wisselbaden en soms zelfs elektroshocks om die demonen tot bedaren te brengen.

Tegenwoordig lopen ze overal, mensen met de blik op oneindig pratend in zichzelf. Hardop lachend. Binnenpretjes? Pas als je heel goed kijkt, zie je het kleine kabeltje van mobiel naar oor. De tijdgeest heeft me zelfs al zo gehersenspoeld dat ik op oude geschilderde arbeidstaferelen mannen zie in die karakteristieke pose - armen gebogen, hoofd omlaag en handen frunnikend. Pas bij tweede oogopslag zie ik wat ze écht doen. Niet whatsappen, maar een shagje draaien.

Vroeger verdween er bijna nooit iemand uit beeld. Je bleef wonen in het dorp waar je was geboren, en vakantie was hooguit een weekje aan zee en weer snel terug naar huis. Maar áls er eens iemand vertrok, was die persoon ook echt helemaal weg.

Tegenwoordig doen we aan ‘global thinking’ en is de hele wereld ons speelveld geworden. Een half etmaal vliegen en je staat aan de andere kant.

Gisteren was ik bij een vriendin die er over een paar dagen opuit vliegt. Drie maanden vrijwilligerswerk in een Aziatisch kindertehuis, een mooie aansluiting op haar inmiddels afgesloten loopbaan op een Hollandse basisschool. Eventjes ontsnappen aan de waanzin van de westerse wereld. Maar… is weg tegenwoordig nog wel echt ‘uit beeld’?

Speciaal voor deze reis kocht ze een minilaptop. Ter aanvulling van het lijstje ‘ik heb een koffer en neem mee’ is er een ‘to do list’ op digitaal terrein. Een Hotmail- én Gmail-account, voor het geval er eentje hapert. Skype, uiteraard met webcam. En niet te vergeten een blog op ‘waarbenjij.nu’.

Zij aan zij zijn we de hele middag bezig met het installeren van manieren om de connectie met het thuisfront niet te verliezen. Een tijdrovende klus, en dat schept ruimte voor reflectie. Want waar zijn we nou eigenlijk helemaal mee bezig? Duizenden kilometers reizen om los te breken uit het vaste stramien, maar nog vóór vertrek je ervan vergewissen dat je desgewenst dagelijks even kan bellen of bloggen met je kat.

Wereldwijde big brother-taferelen. Babbelend met een snoertje, altijd verbonden met de buitenwereld. Geeft dat een vrij gevoel?
Ja! Want de laatste optie die we inschakelen zet alles in een ander perspectief. De voicemail van de mobiel. Lang hoeft mijn vriendin niet na te denken over de welkomstboodschap.
“Sorry, ik ben er even niet.”
Jezelf soms even helemaal uitschakelen, dat is misschien wel het beste antwoord op die zo bekende vraag.
To be or not to be?
Alleen als ik het wil.





dinsdag 9 oktober 2012

Dood door schuld




Vorige week was ik in een congrescentrum naast het Amsterdamse Centraal Station op een seminar met indrukwekkend thema: ‘Zelfdoding door pestpraktijken op het werk’. De bijeenkomst was bedoeld om vertrouwenspersonen en HRM-managers te doordringen van de ernst van deze zaak.


Het precieze aantal werkgerelateerde suïcides is niet bekend. Bedrijven lopen niet graag te koop met hun scores op dit gebied, bang voor imagoverlies. Een ruwe schatting is er wel: jaarlijks maken tussen de 100 en 250 mensen een einde aan hun leven als gevolg van pesterijen op het werk.

De pauze halverwege was genoeglijk. Koekje, praatje. Op die tiende verdieping stonden we relaxed samen, hoog en droog. Alles kan een mens gelukkig maken; een vers kopje thee.

En toch… uitkijkend over al die daken… kon ik het niet laten het me af te vragen. Hoeveel mensen daar beneden slepen zich met tegenzin naar hun werk, dag in dag uit? Niet omdat ze het zo druk hebben. Hard werken, daar gaat niemand dood aan. Nee, veel meer omdat ze elkaar pesten, manipuleren, chanteren. Elkaar het leven onmogelijk maken!
Het ergste is groepsgedrag. Met z’n allen tegen één; het mikpunt, de pispaal. Altijd iemand die zich niet zo goed verweren kan, iemand die een beetje anders is dan de rest.

Om het nog een graadje erger te maken; het werk is niet de enige slangenkuil. Het schijnt dat ieder jaar zo’n 1600 mensen overgaan tot die laatste drastische daad. Een alarmerend groot getal, vooral als je het omrekent naar het gemiddelde per dag: ruim vier!

Er is geen strafmaat voor zelfmoord. De pleger heeft de hoogst denkbare veroordeling al gekregen: de doodstraf. En de echte ‘daders’? Die gaan meestal vrijuit.

Een column moet je altijd een beetje positief eindigen, anders houden lezers zo’n nare nasmaak. Of haken ze halverwege af. Voor wie er nog is, hier komt de vrolijke switch.
Op weg naar huis in de trein kwam er een jongen naast me zitten, ook al waren bijna alle banken leeg. Hij glimlachte, keek naar mijn telefoon waarmee ik even snel een Sms’je verstuurde en begon een geanimeerd gesprek. Over internet en smartphones en de nieuwste ICT-techniek.
Het kostte moeite zijn spraakwaterval te onderbreken om te vragen hoe hij dit allemaal wist.
Het antwoord kwam met een blije lach: hij was helpdeskmedewerker bij een telecombedrijf.
“Ik geniet ervan mensen te helpen, en ik heb best veel geduld.”
Zijn wat robotachtige manier van praten stuurde me onvermijdelijk in een bepaalde richting.
Mensen met autisme concentreren zich vaak vol vuur op één ding en gáán daar voor. Was hij daarom zo geknipt voor deze baan?

Mijn vraag of het nooit saai werd, pareerde hij met overtuigingskracht en een ontwapenend eerlijk argument. Hij was ‘obsessief compulsief’.
Bij het uitstappen, legde hij kort zijn hand op mijn arm en sprak: “Weet je dat ik nog een talent heb? Ik voel of mensen goed zijn of niet”.
En ... gek of niet... ik was eigenlijk best een beetje trots.

Nawoord:
10 oktober 2012 is de internationale Dag van de Psychische Gezondheid.
Er rust nog steeds een taboe op psychische problemen. Misschien is zo’n dag een mooi moment je te realiseren dat sommige mensen het soms een beetje extra moeilijk hebben. Dat zou meer levensgeluk creëren en... minder levens veel te vroeg eindigen.


donderdag 4 oktober 2012

Een kaartje; grote moeite, maar… onuitgeroeid plezier!




Gisteren bij thuiskomst lag er een brief op de mat. Een heuse driedubbelgevouwen brief, in een enveloppe. Geen handgeschreven afzender op de achterkant. Zelfs geen stempeltje. Gewoon een witte anonieme enveloppe, met in plaats van een postzegel zo’n onpersoonlijk stempel.
Dat was jammer.


Vroeger kreeg je brieven met soms wat gevlekte adressen, waaraan je kon zien dat het papier nattigheid had gevoeld. De vaak kleurrijke postzegels waren een lust voor het oog.
Spannend was het om, zonder naar de afzender te kijken, aan het handschrift te raden wie de brief gestuurd had.

Tegenwoordig gaat de postmevrouw steeds vaker stilletjes ons huisje voorbij. En áls ze al de moeite doet even naar rechts af te slaan om iets in onze hoogstpersoonlijke deurgleuf te deponeren, is het vaak een in plastic verpakt tijdschrift of zo’n in irritantlichtblauw verpakt bericht van de Belastingdienst. That’s it!

De vanouds vertrouwde hausse aan tastbare kerstwensen vertoont jaarlijks zo’n slinking dat het me niets zou verbazen als het woord ‘kerstkaart’ binnen tien jaar uit de Dikke van Dale wordt geschrapt.
Zelf ben ik nog zo’n type van de oude stempel die verjaardagskaarten stuurt. Ik kies zelfs meestal met veel aandacht een bijpassende postzegel uit. In ruil krijg ik steeds vaker losse flodders via PC of smartphone. Ongetwijfeld goedbedoeld, maar ze kunnen toch niet tippen aan het echie van papier. Eén druk op de verkeerde knop en floep… woorden en wensen zijn in één klap vervlogen. Terug naar waar ze vandaan kwamen, de gebakken lucht.

Maar nu is er een brief. Begerig rits ik de rug open. Rechterpink in het kleine gaatje waar geen plaksel zit, dat kunstje ken ik nog.
‘De brievenbus in uw straat gaan verdwijnen’ lees ik in vogelvlucht. De dichtheid van het brievenbussennetwerk blablabla… niet meer van deze tijd….
Nou worden de postzegels binnenkort al flink duurder. Nu ook die ouwe vertrouwde bus nog weg? Dan zijn we nog verder van huis.
Waar ik mijn brieven en kaarten binnenkort nog in de gleuf kan laten glijden? Die ‘location based service’ is te vinden op… juist: internet!

Een kaartje, kleine moeite, groot plezier. Lang geleden dat die destijds veelgehoorde vrolijke slogan klonk. Het lijkt ook een steeds grotere moeite te worden om een kaartje van deur tot deur te laten bezorgen. Maar dat maakt het plezier er niet minder om!
Dus kom ik met het volgende voorstel. De digitale snelweg voor alles wat snel MOET, en de langzame route van de papieren post voor persoonlijke wensen.
Dat wordt zoiets als quick quick slow. En dan beloof ik dat ik een vreugdedansje maak op de mat bij iedere handgeschreven kaart of brief. Dan liefst wel met mooie postzegel erop.