zaterdag 10 oktober 2015

Oorlog in mijn hoofd

Ook al ben ik dan nu misschien het verst...

het is al heel lang oorlog in mijn hoofd,
in mijn oren klinken knallen tien keer harder,
ver weg van huis voel ik me nog verwarder,
heb ik voor niks in vrede op aard geloofd?

Maar het is ook nog geen kerst…



 http://nos.nl/artikel/2062272-noodopvang-woerden-bestormd.html

vrijdag 9 oktober 2015

Het binnenste kind




Wees lief voor het kind dat in je leeft,
met nu alleen een laagje eromheen,
grotemensengedoe dat aan je kleeft,
rondom dat kind dat nooit verdween.

(hopelijk ; - )





dinsdag 6 oktober 2015

Leuker kunnen we het niet maken



De laatste tijd zit ik meestal maar wat weg te dromen bij het journaal. Iedere dag hetzelfde liedje. Vluchtelingen per boot, vluchtelingen per trein. Gisterenavond was er ineens dat shot waarbij ik zo hard wakker schrok dat de senseo bijna over mijn mokrand stroomde. De tent van Circus Renz werd weggehaald. Belastingdienst, wat maak je me nou? Veel gekker moet het niet worden!

Onze nationale trots heeft een extra warm plekje in mijn hart. Zo’n kwarteeuw geleden, in het dorp waar nooit iets gebeurde, stond-ie ineens bijna in de achtertuin. De knalrode tent van Circus Renz. Kamelen stampten door het boerse gras, en ’s nachts werden we wakker gebruld door twee leeuwen.

Ben ik daarom zo verontwaardigd dat nu de thuisbasis is ontvreemd? Een circus zonder tent is als een bij zonder angel. Eerlijk is eerlijk, eigenlijk houd ik het ook wel voor gezien, dat gespring met die paardjes over de pisterand, die clown die altijd struikelt over zijn eigen voeten (trek dan ook eens normale schoenen aan!) en dat gehang daar bovenin die trapeze.

Halverwege de dag dringt plotsklaps de diepere bedoeling tot me door. Die tent wordt niet zomaar opgeslagen tussen alle financiële dossiers. Welnee, die majestueuze tent krijgt een tweede bestemming. Waar kerken, garages, kantoorgebouwen en aaneengeschakelde containers goed genoeg zijn, is dit zeker een solide oplossing: tot de nok vullen met vluchtelingen die circustent.

Maar…niks voor niks. Wie zo nodig in Nederland wil komen, kan het beste maar meteen goed integreren en zich inzetten voor de maatschappij. Onderweg hebben die asielzoekers al aardig kunnen trainen. Als evenwichtskunstenaar, balancerend op het slappe koord van hun bestaan. Een vrije val naar een onzekere toekomst, uiteraard zonder vangnet. Levende kanonskogel. Slangenmens. Dat moet wel, met die volle schepen en vrachtwagens.


Was er ook niet iets gaande met een lijst van dieren die binnenkort niet meer in Nederlandse circussen mogen optreden? Olifanten, nijlpaarden, giraffes, tijgers, leeuwen? Hun welzijn, gezondheid en natuurlijk gedrag komt in het circus lelijk in de knel.
Het duurde even, maar nu vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Het inzicht wie de ‘mysterieuze sponsor’ is, maakt het plaatje compleet. Nog zo’n nationale trots in zwaar water, Vroom en Dreesmann. De naam van hun actie spreekt voor zich. Prijzencircus!

Hondjes die door een brandende hoepel springen, dat wil toch ook niemand meer? Dat kan vele malen verrassender. En zeg nou zelf, jezelf nuttig voelen is een heel belangrijke dimensie van levensgeluk. In die circustent stoten die asielzoekers linea recta door naar de nok van de Maslow-piramide: zelfverwerkelijking.

Clown, nog zo’n mooie uitdaging. Masker op en weg met die tranen. Oké, eentje mag er blijven. Ik weet het zeker, het gaat helemaal goed komen met deze succesvolle doorstart. Het nieuwe naambord is al bijna klaar. Circus Menz!







maandag 5 oktober 2015

Nuts!



Vrede op aarde. Zo’n uitgebalanceerd gevoel van alles in balans, één met de natuur, en…het Pieterpadwegwijsboekje onder de arm. Dan ineens, wat verderop, wild schuddende takken, rondfladderende bladeren. Een groepje mensen slaat met stokken in de bomen. Grof geweld? Zinloos geweld? Ze lijken wel gek. Natuurvernielers.

Dichterbij blijkt dat het zeker geen geweld is. Zinloos is het al evenmin. Want onder de bomen staat een grote boodschappentas, voor de helft gevuld met lichtgroene bollen. Zoiets als kastanjes, maar dan zonder de stekels. We worden naderbij gewenkt, zo’n groene schil wordt opengebroken en zie daar, een gave walnoot.
Waarom heb ik nooit bedacht dat ik de stok waarmee ik wekelijks braaf de vloer dweil ook kan gebruiken om noten uit de boom te tikken. Maar, eerlijk is eerlijk, ik wist niet eens naar wat voor type boom ik had moeten zoeken. Deze vreemdelingen (uit Servië en Roemenië, begrijpen we uit het simpele Nederlands waarin we woorden kunnen delen) weten hierin veel beter hun weg. Zij weten hoe ze harde noten moeten kraken.

Ze zijn ook best bereid tot delen. Met gulle groene handen – van de kleurstof in de schillen – diepen ze tientallen walnoten op uit het schaarse voorraadje waarvoor ze waarschijnlijk al uren in de weer zijn. Even in de oven. Met honing en citroen. Ik proef bijna al de baklava.
Ik moet mijn rugzak openen, gebaren hun werkzame handen. Maar nee, dat kan ik niet aannemen. Zij zijn de eerlijke vinder, en bovendien loop ik al te sjouwen.   
“Kijk,” toon ik trots mijn buit. Een plastic zak vol kastanjes.
Enthousiaste hoofdgebaren. Ga ik die ook opeten?

Zomaar voor de lol in de vensterbank leggen? Omdat ik ze mooi vind?
Welwillend knikken, want dat is beleefd. Maar met grote ogen van verbazing.
En waar zijn wij eigenlijk naar op weg? Nergens naar? Lopen wij zomaar uren voor niks?
Ze blijven vriendelijk lachen, maar met een wat meewarige ondertoon.


Als zij even later hun werk hervatten en wij ons pad vervolgen, is mijn wereldperspectief weer een klein stukje gekanteld. Door het kruisen van je weg met anderen zie je soms ook jezelf een beetje anders. Door hun ogen is dat... nuts!


Tunnelvisioen


Pompompom. Een mooie vrijdagmorgen. Nog vrij ook, en de zon schijnt volop. Zo’n alleskaneenmensgelukkigmaken- en nikskanmis-moment. Het verse kopje thee (koffie mag ook) staat al op me te wachten. Bij een vriendin. Niet al te ver weg, dus lekker met de fiets.  

Op naar dat handige tunneltje onder de autoweg door. Maar wat is dat? Wegomleiding? Die geldt toch zeker alleen voor gemotoriseerd materieel? Waar een wil is, is een … verbodsbord. Met een beetje goeie wil til ik’m er zo overheen, mijn sportieve lichtgewicht rijwiel. Maar de civiele bouwvakkers hebben duidelijk moeite gedaan een zandvlakte te egaliseren. Die gaan niet blij zijn met verstorende voetstappen. Nee, dit is duidelijk een overall Ho en No Go.

Voor iemand zonder richtinggevoelchip voelt dit bijna als terug naar af. Dit tunneltje is mijn enige steun en toeverlaat om aan de andere kant van de autoweg te geraken. Parallel blijven fietsen, dan komt er vast een nieuwe overheen of onderdoor. De eerste komt pas een klein half uur verder. Een viaduct met een bord dat ook niets aan het toeval overlaat. 60! Ik ben wel snel, maar dit is een brug te ver. Doorfietsen!

Via nieuwbouwwijken met doolhofstraten die zich van dorp naar dorp aaneenrijgen raak ik het spoor een beetje bijster. Een mevrouw achter een kinderwagen verstaat me niet. Wat? Wat? Ze begrijpt duidelijk mijn vraag niet eens. Ik snap waarom zodra ik haar hoor spreken. “Weet niet.” In die twee woordjes weet ze al een Oost-Europese klank te leggen. De autochtonen weten het al niet veel beter. De e-bike bejaarden zien mijn opgestoken hulphand niet, zo geconcentreerd zijn ze op hun stuur. En de man met agrarische looks op een rammelfiets weet hooguit te melden dat waarnaar ik op zoek ben een ‘hiel kloin durrepie’ is. Vertel mij wat, daarom staat het op geen enkele wegwijzer.

In de verte schitteren de autodaken op de snelweg, een lint dat het landschap doorsnijdt. Zie daar maar eens overheen te komen. Op goed geluk neem ik een zijweg. Raak! Want ja, daar is weer een overgang. “Hey chick, hier is het fietspad!” schreeuwt de racefietser die net aan de linkerkant naar beneden komt suizen.

Eenmaal aan de andere kant duurt het nog even voordat ik me oriëntorisch weet te herpakken. Wie niet slim is, moet ver fietsen. Dik na koffietijd kom ik binnenrijden. Glad van de verkeerde kant, maar wat leuk… zie ik deze kant van het ‘durrepie’ ook eens.

De koffie is nog warm in de thermoskan en in haar tuinhuis serveert mijn vriendin zelfgebakken boterkoek. Wel met een vleugje citroen lemoncurd, want een beetje afwijken van de route (in plaats van slikken voor zoete koek) da’s meestal de beste weg. 


@Frieda Bulk