donderdag 13 juni 2013

Het nieuwe leren: studeren 3.0, hype op RTL?


Voor tv kijken gun ik me meestal weinig tijd. Alleen quizzes kunnen me soms verleiden na afloop van het achtuurjournaal op de bank te blijven hangen. Vooral 2 voor 12 vind ik interessant. Het zwoegen van de kandidaten om de vergaarde letters samen te voegen tot de door de redactie bedachte constructie is een mooi precisiewerkje om naar te kijken. Met een kopje senseo in de hand en een doos bonbons onder reikbereik.



Ook het beantwoorden van de twaalf vragen vind ik, thuis voor de buis, een leuke uitdaging. Als de kandidaten de benodigde kennis niet vinden in hun hoofd, is de hulp nabij - ‘Dat zoeken we op!’ - en begint het fanatieke geblader in encyclopedieën en jaarboeken. Het is vooral de zoeksnelheid - en het verlossende rinkeltje van de bel - die wordt beloond.

Bij studeren nieuwe stijl voert ‘weten waar je het zoeken moet’ ook meer en meer de boventoon. Wie wegwijs is binnen beschikbare kennis, kan zich staande houden in een toekomstig beroep. Klinkt logisch. Die logica was nog ver te zoeken tijdens mijn middelbareschooltijd. Niks woordenboeken op tafel of rekenmachines voor het grijpen. Hoofdrekenen was toen nog een basisvoorwaarde. En wat te denken van al die rijtjes Duitse naamvallen? Stampen!
Natuurlijk waren we slim genoeg voor het bedenken van mogelijkheden. Briefjes onder het bureau, papiertjes in je etui – kunstig weggemoffeld in een uitgeholde vlakgom – en soms zelfs handen vol met inkt. Reken maar niet dat die wiskundige formules een felbegeerde tattoo waren, die bestonden toen ook nog nauwelijks. Of hooguit als anker, op de bovenarm van een stoere zeekapitein.

Tijden veranderen en daarmee de mogelijkheden. Waar mijn vader vroeger nog met spiekbriefjes in zijn colbert zat (en ik vond het reuze fideel van mijn grootmoeder zaliger dat ze hiervoor als ‘partner in crime’ een extra binnenzakje maakte) zijn de grenzen van internet tegenwoordig… onbegrensd.
Op de Rotterdamse school Ibn Ghaldoun is een groepje leerlingen erin geslaagd examenopgaven te stelen én te verspreiden. Aardrijkskunde, Arabisch, Frans, geschiedenis, Engels, maatschappijwetenschappen, wiskunde, Nederlands, natuurkunde, management en organisatie, biologie, scheikunde.
Net voordat de examenuitslagen bekend zouden worden, kwam het uit. Hoe sneu, want nu moeten al die kinderen opnieuw de test der kennis ondergaan, nu zonder hulpmiddelen. En ze hadden zichzelf net zo grondig voorbereid; niet alleen op de examens, maar ook op de maatschappelijke wetmatigheid die in de loop der jaren altijd overeind is gebleven: ‘zoekt en gij zult vinden’. De gedreven wijze waarop dit bij Ibn Ghaldoun-leerlingen in praktijk is gebracht, doet eer aan de bedenker, apostel Mattheüs, aan wie vast niet voor niets een hele ‘passion’ is gewijd.

Als alles straks achter de rug is (examenpapiertjes behaald en allemaal door naar een leuke vervolgstudie, en voor het onderdeel ‘zoeken’ zijn deze leerlingen bij voorbaat al geslaagd) pleit ik voor een ‘eind goed, al goed’-afronding. Een maatschappelijk fenomeen, typerend voor deze tijd. Een leuke show, ‘Studeren 3.0, graven naar een schat aan kennis’, ontwikkeld door John de Mol? Zijn naam heeft hij al mee. Nu alleen nog even een goed format. Dat zoeken we op!

En dan… zand erover.


maandag 10 juni 2013

Wonen in het kippenhok





Geen plek ter wereld waar je je zo thuis voelt als… thuis. Tenminste, als het goed is. Maar wat als je de trap niet meer op durft? Of zelfs niet meer goed uit de voeten kunt op de begane grond? Je boodschappen niet meer kunt doen of laat staan een potje voor jezelf kunt bereiden? Nou, dan komt toch zeker de Toverfee van de Thuiszorg? Jaja… sprookjes!


Wie wil het nog? Wonen in een bedompt gebouw met grijs gewolkt linoleum op de vloer, lange gangen die ruiken naar te gare bloemkool die wordt rondgebracht in rammelkarren? Goed nieuws, zulke bejaardenhuizen zijn een uitstervend soort. Rusthuizen zijn toch zeker niet meer van deze tijd? Ook mensen op leeftijd moeten zoveel mogelijk in beweging blijven. Want we weten het toch allemaal: rust roest.
Een beetje seniorencentrum van nu bruist van de creatieve en culturele activiteiten. Wel bepalen steeds meer rollators en scootmobiels in zo’n woongemeenschap voor ouderen het straatbeeld, natuurlijk overdekt, want anders vatten de bewoners kou. Die beschutting lijkt te gaan verdwijnen.

We waren op de goede weg, begrepen best dat ook ouderen graag zelf willen bepalen hoe ze hun leven leven. Juist ouderen, de mensen met de meeste levenservaring. Logisch toch?
Dus werd er ‘levensloopbestendig’ gebouwd. Gelijkvloerse woningen, of anders met een solide traplift. Huizen zonder drempels, met brede deuren en ruime hallen om voldoende draaicirkel te bieden voor wie in een rolstoel belandt.
En niet te vergeten de solide ondersteuning door professionele zorgverleners. Iemand die de scepter zwaait, en vooral de zwabber laat wapperen, in het huishouden, liefst ook onder de bank. Iemand die je een handje helpt onder de douche. En natuurlijk alles precies op de manier waarop de oudere dat graag wil. Zorg vanuit het cliëntperspectief!

In zo’n context leek het besluit van onze heren en dames politici om het fenomeen ‘bejaardenhuis’ een zachte dood te laten sterven zo zorgwekkend niet.
Scheiden van wonen en zorg, weer eens wat anders dan een scheiding van tafel en bed. Simpel gezegd: lekker in je eigen vertrouwde huis blijven wonen en de zorg inkopen die jijzelf nodig acht.
Alleen wie er extreem slecht aan toe is (in jargon: zorgzwaartepakket 3 of 4) en zeer intensieve zorg en begeleiding nodig heeft, dag en nacht, komt nog in aanmerking voor zo’n centrum voor ouderen. De bofkonten die er wat beter aan toe zijn, houden lekker de regie over hun eigen leven. Klinkt goed, maar als er nauwelijks nog spelers overblijven om de door jou bedachte scènes vorm te geven, wat is dan nog de lol?

Net nu er steeds meer ouderen komen (ook doordat we met z’n allen steeds langer blijven leven) worden de mensen die de gedachte van ‘extramurale’ zorg buiten de muren van het zorgcentrum in praktijk kunnen brengen, massaal ontslagen

Ze leefden nog lang en gelukkig? Dat wordt zo steeds meer een sprookje. Eentje met een nare nasmaak, zo’n beetje als te lang gekookte laffe lof. In Afrika krijgt men minstens tien kinderen om verzekerd te zijn van een goed verzorgde oude dag. Ik ga alvast eens informeren wat mijn dochter later voor mij kan betekenen. Al kan ik maar bij haar in het kippenhok. 


vrijdag 7 juni 2013

Vrienden te koop!



Vanavond ga ik uit eten. Met een vriendin. Hopelijk kunnen we buiten zitten aan de Utrechtse Oude Gracht. Da’s best bijzonder in een land waar de herfst zo’n beetje tot eind mei heeft geduurd. Maar veel bijzonderder vind ik hoe lang wij elkaar al kennen… ik durf het bijna niet te zeggen… al meer dan 45 jaar!

Het begint eigenlijk al op de kleuterschool. Vrienden vergaren. De aard van verjaarspartijtjes is in de loop der jaren zeker drie keer over de kop gegaan (wie komt er nog weg met koek happen? Hoewel, als retro-partijtje misschien weer ‘reuze cool’?). Maar één ding staat nog steevast overeind: wie mag er komen en wie niet? En, met een kleine nuance, wie wil er komen en wie niet?
Hoe populairder je bent, hoe meer kinderen op jouw bruisende birthdayparty graag van de partij zijn, uiteraard mét terugvraaggarantie. Want iedereen weet, hoe vaker je op een feestje wordt gevraagd, hoe geslaagder je bent.

Zo stijgt je ster steeds hoger, in een succesvolle zwaan-kleef-aan-kettingreactie. Ik denk nog weleens terug aan de inmiddels overleden tweeling in onze familiekring. Tot op hoge leeftijd vergeleken deze zusters niet alleen met argusogen hun rimpels en grijze haren; vooral het aantal gasten bij hun verjaring was de belangrijkste mijlpaal. Die wedrace gaat niet alleen nooit meer over, maar lijkt ook overal te zijn. Telde vroeger het aantal gedichtjes in je poëziealbum; het vriendenaantal op Facebook is nu zeker niet van minder belang. Honderden, soms meer dan duizend vrienden. Is dat in de hand te houden? In ieder geval wel onder de duim. Want dáár draait het om, hoe meer duimopstekers zo hun waardering uiten voor een door jou ‘geposte’ foto of desnoods van internet gejatte slogan, hoe groter je aanzien.

Ook in ‘real life’ is het vaak een kwestie van zien en gezien worden. Wie kent ze niet? Van die mensen die bij wat voor bijeenkomst dan ook je wat loensend aankijken, doordat ze over je schouder staan te gluren of er toevallig een interessantere gesprekspartner binnenkomt?
Niet alleen privé, vooral ook zakelijk is een omvangrijk sociaal netwerk van groot belang. Je bent wie je kent. Zaken doen is vooral een kwestie van gunnen. Het woord ‘vriendendienst’ zegt het al: hoe meer vrienden, hoe hoger je marktwaarde. Herman Brood en Henny Vrienten zongen het al jaren geleden: ‘Als je wint dan heb je vrienden, rijen dik, echte vrienden.’

Vanavond zit ik zomaar ergens aan een gracht, waar bootjes vol studenten en vrijgezellenfeestbeesten voorbij dobberen. Leuk om naar te kijken, maar niet te veel. Want mijn disgenoot is een fijne gesprekspartner en bovendien een betrokken luisteraar. We hebben elkaars lentes, zomers, herfsten en winters gedeeld en dat schept een band. Waar vind je dat nog?

Een mogelijke optie hoorde ik een paar dagen terug van een zakelijke relatie. Haar zoontje, dat net had leren lezen, spelde die ochtend een reclamefoldertje op de eettafel. HEMA Vrien-den-koop-avond. “Oh, dus daar kan je ze kopen?” vroeg hij met opgelucht gezicht.
Vrienden vinden bij de Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, kinderlijk eenvoudig! Maar of je er dan ook levenslange garantie bij krijgt?



dinsdag 4 juni 2013

Beautiful day




Zo’n zonnige woensdagmorgen, de file is al voorbij. De kachel mag uit, de airco eindelijk weer eens blazen, en op de autoradio zingt Michael Bubblé precies wat ik voel: ‘It’s a beautiful day’.



Even later zitten we tegenover elkaar. Zoeken naar woorden is niet nodig. Gespreksstof zat, en de draad om al die materie aan elkaar te knopen pakken we moeiteloos op. Vaste prik, iedere twee weken. Wat ga je vandaag eten? En hoe gaat het met het werk? Van die doodgewone dagelijkse dingen. Maar ook... hoe gaat het met jezelf? Een indringender thema dat past bij vriendschap en vertrouwen.

Over tafel schuift hij me het toe, het plastic mapje met nieuwe fotootjes van zijn dochtertje. Als trotse vader koestert hij die als relikwie. Jammer dat hij haar zo weinig ziet. Zij is de belangrijkste drijfveer in zijn leven, iemand om te behoeden voor wat er allemaal mis kan gaan. Het weet het, als geen ander.

Begon het ooit met het pikken van een paar slordige guldens uit het ouderlijk potje, om stiekem naar de kermis te gaan? Hoe erg dat was in een gezin met nauwelijks geld, daarover spraken de vaderlijke klappen een eigen taal. Maar de weigering van diezelfde vader een paar maanden later om zijn met een krantenwijk zuinig bij elkaar gespaarde geld te aanvaarden, had nog veel meer pijn gedaan. En voorgoed een gat geslagen in broos zelfvertrouwen. Was dat de start van de neergaande spiraal?

De eerste keer dat de politie aan de deur kwam, was het om te vertellen dat zijn eerste vriendinnetje uit het kanaal was gehaald. Ze was met haar auto te water geraakt. Dat bericht veroorzaakte bijna nóg een verdrinkingsdood, van verdriet. Was wegzinken in ellende toen al niet meer te ontlopen?

Pas jaren later volgde die donkere dag met een daad uit bittere wanhoop. Eentje die lijnen trekt voor de rest van zijn leven. Sporen van spijt. Opnieuw stonden er agenten op de stoep, deze keer met handboeien in de aanslag.
Nu, afgesneden van de buitenwereld, is er voldoende tijd om over alles na te denken. 
Berusting heet het nieuwe perspectief. Gevangen in de ketenen van een leven van verslaving was ook geen vrijheid. Dat besef helpt om je staande te houden in een wereld van waanzin waarin wordt geschreeuwd en gesmeten van frustratie, maar waar het gevaarlijk is je ware emoties te tonen. Daar waar stoerheid geldt als vast overlevingsstramien groeit zijn grootste angst: ‘Ik word harder, en dat wil ik niet.’

Het detectiepoortje dat mijn tweewekelijkse komst registreert, staat zo scherp afgesteld dat het zelfs een metalen knoopje aan mijn jas piepend verlinkt. Gelukkig lukt het iedere keer opnieuw een glimpje vrijheid mee naar binnen te smokkelen, ter voorbereiding op de dag dat het ooit voorbij zal zijn. Dat er dan weer een nieuwe strijd te leveren valt (want hoe moeilijk om na jaren achter de tralies de draad van het 'gewone leven' weer op te pakken), is de volgende stap. 

Op de terugweg naar huis duw ik Michael Bubblé nog maar eens in de CD-speler.





PS 
Via Gevangenenzorg bezoek ik iedere twee weken een gedetineerde. Onze gesprekken (over van alles en nog wat) bewijzen wat ik eigenlijk al wist: in penitentiaire inrichtingen leven ook ‘gewone’ mensen die helaas in de verkeerde richting zijn gedwaald. Gelukkig zijn er altijd weer nieuwe zijwegen, en ik help graag spoorzoeken ; - )