donderdag 31 januari 2013

De snik van Trix



De boodschap moest even bezinken. Koningin Beatrix die de kroon neerlegt. Daarmee komt een einde aan een tijdperk dat nooit voorbij leek te kunnen gaan. Verstandelijk natuurlijk wel (aan alles komt een eind) maar gevoelsmatig is zij toch het ‘gezicht van Nederland’.

Zo’n abdicatie – het woord dat eens in de 30 jaar van stal wordt gehaald – prikkelt tot een duik in de geschiedenis. Die zonnige woensdag van 30 april 1980, overschaduwd door bommen en granaten. Onze kroonprinses die als kersverse koningin verscheen op het paleisbordes. De lichte irritatie in de intonatie van haar moeder, die zichzelf nauwelijks verstaanbaar kon maken. “Zojuist…”
Met haar getuite lippen leek ze een beetje op mijn oma. Die kon ook zo gedecideerd spreken. Of was het andersom? Had grootmoeder zich wat koninklijke allure aangemeten door het nabootsen van onze vorstin?

Gek genoeg, veel scherper in mijn geheugen staat de Koninginnedag uit mijn jeugd. Zingen op het plein voor het winkelcentrum. Alle dorpsjeugd bij elkaar, in een keurige opstelling per school, maar door al het gedrang snel een slordige massa. Ergens in die drukte moest de burgemeester staan, het luisterend oor namens koningin Juliana. Ik heb hem nooit gezien.
Een nieuwe jurk en kniekousen, natuurlijk liefst oranje. Bibberen met je blote benen, want er was altijd kou en regen. Het briefje met liedteksten - óók oranje - dat steeds meer verfrommelde in je natte hand. Bofkonten hadden van die bamboe wandelstokken met kleurrijke balletjes met gouddraad aan een elastiek. Ze waren zacht, maar deden evengoed gemeen zeer, mits goed gemikt.

Later op de dag kijken naar het defilé op de televisie. Willem Alexander was een stoutig jongetje met lange haren, in een tijd dat kort met een kuifje en zijscheiding nog de standaard was. Hij had vast ook zo’n wandelstok.

Beatrix leek me altijd een beetje streng, onder dat kapsel van beton. Veel verdrietige en vrolijke momenten passeerden de revue, maar in mijn ogen bleef ze altijd wat afstandelijk. Ach, wie weet is dat juist de ‘kroon op het werk’ van een koningin?
Maar afgelopen maandagavond had ik een brok in mijn keel om dat ene kleine zinnetje aan het eind. “Bedankt dat ik uw vorstin mocht zijn.”
De Traan van Máxima behoort inmiddels bijna tot ons historisch erfgoed, maar wat mij betreft zet ook de Snik van Trix alles in een ander licht.

Het feestje ter gelegenheid van de wisseling van de wacht wordt bescheiden, zoals het past in een cultuur van calvinisten en in een tijd van crisis. Maar beste mensen, wat zeuren we? We krijgen er twee voor de prijs van één!

De vertrekkende vorstin gun ik nog vele mooie jaren, misschien met een goeie vriend, die regelmatig door de achterdeur van het paleis naar binnen sneakt? Wie weet wordt dat sprookjesperspectief van lang en gelukkig dan toch nog waar? Kort en krachtig wens ik haar wat ik eigenlijk hoop voor iedereen: Living to the Máx!

 

PS.
Misschien de komende tien jaar de Snik van Trix nog af en toe vertonen op de nationale tv? Met daaronder, in crescendo, het levenslied van Wim Sonneveld: Het Dorp.
‘Ik was een kind, hoe kon ik weten, dat dit voorgoed voorbij zou gaan?’

PS2.
De illustratie is mijn persoonlijke favoriet bij de wedstrijd/tentoonstelling in het Loo 'Uw Beeld van Beatrix'
http://nos.nl/koningshuis/beeld-van-beatrix/page/1/

maandag 14 januari 2013

Gewoonweg gewoon



Wanneer kwam de ommezwaai? Ik weet het niet meer precies, maar het vroegere grote verlangen om bij ‘de groep’ te horen, hangt nog vers in het geheugen.

Opgroeien in een tijd en een land van vrijheidblijheid betekende geen officieel schooluniform, maar garandeerde ook zeker geen vrije kledingkeuze. Jeans van Wrangers of Lee waren een must om te laten zien dat je het leven snapte. En niet te vergeten de plompe stappers van Roots, met zoals dat werd aangeprezen ‘de negatieve hak’. Die zorgde er in ieder geval voor dat je wat achterover helde, zodat je onzekere puberhouding veranderde in stoer rechtop. Kregen de podologen – “Een must voor de ruggengraat,” – toch nog gelijk. Met Roots aan de voeten leek het in ieder geval alsof je er eentje had.

Hemel en aarde heb ik bewogen om mijn ouders, de budgetbewakers, te overtuigen van nut en vooral noodzaak van passen bij de rest. Tot de dag dat het ineens ánders moest. De dag waarop ik besloot mijn eigen kleren te leren maken om vooral onderscheidend te kunnen zijn.
Mijn omgekeerde verlangen bracht me zelfs op naailes. Wat een gemak dat het niet nodig was het patroon een beetje aan te passen aan mijn persoonlijke maten. Afgestemd op 1,68 lichaamslengte was alles me op het lijf geschreven. Maar hoe teleurstellend de confrontatie: ik was exact de Gemiddelde Vrouw!

Ook op andere terreinen in latere levensfasen viel daar niet aan te ontsnappen. Op mijn 30ste ontdekte ik de eerste grijzen haren. En ja hoor, op mijn 48ste prijkte er een leesbril op het puntje van mijn neus. Het accessoir an sich stemde me diktevreden, want zo loensend over de glaasjes tijdens een gesprek oogt je intelligentiequotiënt toch al gauw tien puntjes hoger. Maar waarom moet dat precies op de gemiddelde leeftijd beginnen?



Al een tijdje word ik omringd door nieuwe ontwikkelingen in antigroepsgedrag.
“Mijn beha’s koop ik in zo’n exclusieve lingeriezaak, want ja, met mijn borsten…”
“Ik gebruik tegenwoordig speciale shampoo gemaakt van crème van yaks uit de hooglanden van Tibet, want ja, met mijn haar…”
“Mijn schoenen zijn gefabriceerd van leder van de Dikbilrundveestapel en op Nederlandse leest geschoeid, want met mijn voeten…”

Ik word er vaak een beetje onzeker van, al die opmerkingen in de ‘omdat ik het waard ben’-tendens. Mijn ondergoed komt voornamelijk uit de rekken van de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, mijn crèmespoeling is van de drogist die zichzelf profileert als goedkope ‘kruidendokter’, en op voordelige schoenen kan ik nog best aardig uit de voeten. Het is echt niet dat ik te gierig ben, maar ik heb nou eenmaal niet zoveel persoonlijke kenmerken die schreeuwen om een hoge investering in een exclusief assortiment. Ik voel me vooral verschrikkelijk gewóón.

Vorige week kwam er een vriendin op de thee. Ik droeg mijn zelfgebreide vest, een kleurrijke mix van aanbiedingen van de markt en restjes wol.
“Wat een grappig model,” prees de gaste, een dik stuk chocolade in haar hand. “Ik zou dat nooit aan durven, maar dit is écht iets voor jou.”
Of haar woorden volledig als zuiver onversneden compliment bedoeld waren, wil ik niet eens weten. Het is me in ieder geval dus tóch gelukt een beetje anders te zijn dan gemiddeld. Gewoonweg door gewóón te blijven.


woensdag 2 januari 2013

Aftuigen



“Oprotten, ik ruk je ballen eraf. Mijn huis uit!” In een film of documentaire word je er soms tijdig voor gewaarschuwd – schokkende beelden – maar in het echte leven kan het er even hard aan toe gaan. Toegegeven, ook niet altijd volledig onverwachts. Is het doordat de opgekropte emoties te lang zijn ingehouden tijdens de kersttijd die vooral vredig moet zijn, dat ze er kort na de start van het nieuwe jaar in één klap uitstromen?

Het is niet toevallig dat de meeste songteksten over liefde gaan. Wij mensen hebben iemand nodig, iemand om te koesteren en bewonderend naar te kijken. Dat is niet gek, maar gewoon heel normaal. Dat zit in onze genen.

Op wat voor type we ook vallen – stevig postuur of slanke den – het begint bijna vaak met die spannende eerste stap: versieren! Als dat gelukt is, klingelt op de achtergrond zachtjes dat vrolijke lied.
`Je bent binnen
Binnen in m'n hart
Binnen in m'n ziel
Binnen in de droom
Die ik met je wil beginnen´

Helaas, zelfs tegenover het zelfverkozen stralend middelpunt van ons leven wordt de veelbelovend klinkende toekomstmuziek niet altijd waarheid. Binnen een maand is het soms alweer bekeken. Zelfs zo´n stoer en onverschrokken type, zo eentje met ballen zeg maar, kan zien aankomen waar het op uitdraait. Een breuk!

Er is een tijd van komen en gaan. Wat dat laatste betekent, wordt snel genoeg duidelijk.
Zomaar van de een op de andere dag is het feest voorbij en komt hij er niet meer in. Dakloos zoekt hij aansluiting bij wat lotgenoten. 
Van het leven op straat raken ze wat viezig en vervuild, af en toe pist er zelfs een hond tegen hen aan. Geen greintje respect. Is dat vanwege die kring van afgedankte naalden om hen heen? Meer dood dan levend kruipen ze bijeen. Nu de vuur en vlam van het liefdesleven voorbij zijn, zoeken ze rillend van koude wat warmte bij elkaar.

Maar op een dag is alle kilte teneinde. Na de ´vrede op aarde´-periode lijkt dit even verdacht op de hel. Maar dan horen zij d´engelen zingen. Een gigantisch inferno doet alle ijzigheid in één keer wegsmelten. Geen wonder dat dit ´vreugdevuur´ heet.

PS.
Aftakelen, afranselen, toetakelen. Ook ik moet binnenkort de strijd aangaan. Oftewel: de kerstboom aftuigen. Zijn hangende takken doen een beetje denken aan een treurwilg. Geen wonder, hij weet wat’m te wachten staat. Tuurlijk heb ik weleens gedacht over zo'n uitvouwbaar kunstexemplaar. Maar elf maanden opgesloten worden in een donkere doos op zolder? Dat is toch ook geen piekervaring.

Gelukkig is het alweer bijna Pasen. Dan gaan we lekker eieren schilderen. 
Is dat niet de beste houding in het nieuwe jaar: vooruitzien? 
Ik wens jullie allemaal mooie toekomstmuziek voor 2013.