donderdag 19 januari 2012

De liefste juf van Nederland






Na dik 40 jaren voor de klas
is afscheid heus geen sinecure.
Voor haar gevoel begon ze nog maar pas,
wist zij veel dat het zolang zou duren?

Als lieve juf gaf ze maar weinig straf,
in nablijven heeft ze nauwelijks geloofd.
Voor haar werk hoefde ze geen staf,
en ook geen mijter op het hoofd.

Het volkslied, dat is nooit voor haar gezongen,
ook zwaaien uit een auto hoorde er niet bij.
Maar iedere leerling mocht haar, meisje/jongen,
en zij dacht blij: dat is’t belangrijkste voor mij. 

Toen de tijd kwam van de afscheidswensen,
voelde zij zich als sint, of toch meer een beetje koningin?
Omringd door al die lieve kinderen en grote mensen,
leek het nog het meest op 'ergens daar tussen in'.

PS.
Voor juf geen tabberd of een hoed,
ze heeft genoeg allure van nature.
Die lieve juf, het ga haar goed,
in een leven dat nog lang mag duren,
…. en gelukkig!


Na 41 jaar voor de klas heeft de liefste juf van Nederland afscheid genomen. Hoe ze zich voelde bij het feestje, op vrijdag de dertiende? Gelukkig én verdrietig. En ook... een beetje goedheiligman en een beetje Hare Majesteit de Koningin.

woensdag 18 januari 2012

Rennen achter rollator? Lijfsbehoud!

Het leven is kinderlijk eenvoudig. Als je eenmaal je veters kunt strikken, kan er weinig meer mis. Regels en richtlijnen voor houvast, zelfs voor de kleren die je draagt. Volgens een recent Brits onderzoek onder 2.000 vrouwen tussen de 18 en 65, kan de bikini niet meer na je veertigste. De houdbaarheidsgrens voor de minirok ligt zelfs nog lager, op 35.


Lekker dan! Ben je net in een levensfase belandt dat je iets meer financiële armslag hebt oom voor jezelf eens wat leuks te kopen, mag je het allemaal niet meer aan.

Getuigt het van een recalcitrant karakter dat ik kledingcodes zoveel mogelijk probeer te negeren? Oké, bij officiële bijeenkomsten als huwelijk of begrafenis respecteer je de geldende normen. En er was ook geen ruimte voor eigen kledingkeuze bij mijn eerste werkgever waar ‘dress to impress’ niets meer om het lijf had dan vrouwen in een mannenpak. Maar ik bleef schrikken van mijn spiegelbeeld in het grijsgetinte glas van de toiletruimte.

In het leven van alledag draag ik liefst wat lekker zit. Dan staat het meestal als vanzelf ook goed.
“Het is leuk. Voor jou dan,” klinkt het nogal eens. 
Die laatste drie woordjes maken me een beetje onzeker, vooral voor de toekomst. Want wie garandeert me dat ik niet ga verzanden in die golf van beige, bruin, zwart (of een onbestemd mengsel van dat gedekte kleurenpalet) in het bejaardenhuis? Pardon: woonvoorziening voor senioren.

Maar ze zijn ook een extra stimulans tot onderscheiden. In mijn gedroomde toekomstperspectief ben ik een oma met hennahaar, rennend achter een rollator (knalroze, als het even kan) met bloemen rond het stuur. Op mijn MP3-speler klinken Shaffy en Sinatra. ‘Laat me’ en ‘my way’, voor de buitenlandse medewerkers die mijn moerstaal niet verstaan.
Zolang ik me maar goed vasthoud aan de handgrepen, kunnen die stilettohakken ook nog wel. Horen ze me tenminste aankomen in de gang, wat botsingen voorkomt. En zo ziet de verpleging in één oogopslag wie ze voor zich hebben en dat maakt de kans op verwisseling van pillen minimaal.

De allerbeste reden om kledingcodes te ontwijken heet: lijfsbehoud.

maandag 9 januari 2012

Vluchten kan niet meer…

Het gaat slecht met Nederland. Met heel West-Europa eigenlijk, maar je eigen pijn voel je het meest. Terwijl de werkloosheid stijgt, moeten we steeds langer blijven werken.
Die 130 kilometerperuurzones hebben ook nog bitter weinig opgeleverd. We staan uren in de file, zelfs midden op de dag. En wie een huurhuis hoopt te betrekken, staat met een beetje pech zelfs jaren in de wachtrij. Straks genieten van een rijkelijk relaxte oude dag? Met die bevroren pensioenen staan we straks allemaal in de kou.
Waar moet het naartoe met onze maatschappij? Met al die stromen buitenlanders die hier ook nog een nieuw bestaan hopen op te bouwen?
En dan… voor een reportage voor en blad van UWV bezoek ik een asielzoekerscentrum. Mensen uit de hele wereld bijeengebracht in een nieuwe maatschappij op mini-formaat. De monden in door het leven getekende gezichten spreken allemaal een eigen taal, in diverse gradaties gelardeerd met Nederlandse woordjes. Zo, van nabij, vervagen culturele verschillen en zijn mensen niet langer anonieme ‘vreemdeling zeker die verdwaald is zeker’. Als ze een gezicht krijgen, ontstaat echt contact. Eventjes zelfs hecht contact.
Vooral omdat het weinig fantasie kost me deze kleurrijke mengeling van mensen te verbeelden in hun eigen omgeving. Als de personificatie van de zo veelgeroemde hartelijkheid die gebruikelijk is in den vreemde.
Versgezette thee in een mok met een scherf eraf. Een afgescheurde homp van het versgebakken brood. Of een stralende lach van een tandeloze mond voor onze digitale camera. Zijn al die kleine verrassingen waarmee de authentieke bewoners ons daar ‘thuis’ laten voelen, niet de mooiste herinneringen aan onze vakantiereizen naar exotische bestemmingen?
Andersom, hoe ver de aanleidingen voor hun vertrektochten ook uiteenlopen, met vakantie hebben ze weinig te maken.
“Al op mijn zestiende verliet ik mijn geboorteland. Blijven was te gevaarlijk omdat mijn politieke denkbeelden niet strookten met de zittende regering.
“Dat we in de beginperiode nauwelijks contact hadden met onze achtergebleven familie, was moeilijk. Zeker nadat ik ontdekte dat ik zwanger was.”
 “Als ik eenmaal een vast inkomen heb, hoop ik dat ook mijn vrouw en dochtertje van vier naar Nederland mogen komen”

“Toekomstperspectief en vrijheid voor onze kinderen, een vroegere wens, is in Nederland waarheid geworden.”

Flarden van gesprekken echoën nog lang na in mijn hoofd. En als ik mijn ogen sluit, zie ik die andere ogen met daarin de weerspiegeling tussen hoop en vrees, omdat het onmogelijk is om terug te keren naar het land waar je niet meer leven kan.
‘Vluchten kan niet meer’*. Vast geen toeval dat dit lied zomaar komt bovenborrelen.
Maar eigenlijk klinkt nog meer de weerklank van die ándere regel.
‘Schuilen kan nog wel, schuilen bij elkaar.’

Hoe armer hoe gastvrijer, wordt weleens gezegd. Ik hoop zo dat het klopt, óók hier.
Kan dat misschien het voordeel zijn van de tijd waarin de files groeien, de pensioenen worden afgeroomd en het allemaal een beetje minder wordt?

*Van Frans Halsema & Jenny Arean